Paragraaf 7 Grondbeleid

1. Wat is het doel van deze paragraaf?

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 1. Wat is het doel van deze paragraaf?

Doel van deze paragraaf is om inzicht te geven in de resultaten en risico’s van de grondexploitatie. Deze paragraaf is een van de onderdelen van het gemeentelijk grondbeleid, naast onder meer het Meerjarenperspectief Grondbedrijf (MPG) dat jaarlijks in de raad wordt behandeld.

In deze paragraaf komen de volgende onderdelen aan de orde:
•    Een beschrijving van het wettelijk kader en het gemeentelijk beleid met een blik op de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt;
•    De uitgangspunten ten aanzien van rekenparameters en risicoafdekking die in de grondexploitaties worden gehanteerd;
•    Een stand van zaken en vooruitblik van elk grondexploitatiegebied, waarbij ook eventuele risico’s worden benoemd;
•    De financiële relatie tussen de Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG) en de Algemene Reserve.

2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk grondbeleid is ondersteunend aan de door het bestuur geformuleerde beleidsdoelstellingen. Grondverwerving, -productie, -uitgifte en -beheer zijn onmisbare en logische ingrediënten van elke ontwikkeling met ruimtelijke consequenties. Het gaat bijvoorbeeld om het bouwen van woningen, bedrijven, de aanleg van wegen of het realiseren van scholen en andere maatschappelijke voorzieningen. In 2023 is de Nota Grondbeleid Woerden 2023 unaniem aangenomen door de gemeenteraad van Woerden. De belangrijkste zaken uit de Nota Grondbeleid Woerden 2023 zijn de keuze voor situationeel grondbeleid, de systematiek voor de bepaling van de minimale omvang de ARG en de keuze voor een strategisch verwervingsbeleid. In de nota staan de gemeentelijke doelstellingen van en werkwijzen binnen het grondbeleid genoemd. Voor particuliere locatie-ontwikkelingen is in 2014 de nota Kostenverhaal door de raad vastgesteld. Het grondprijsbeleid wordt jaarlijks opnieuw uitgewerkt in het kader van marktconformiteit van de prijzen tevens jaarlijks door het college vastgesteld. Ook worden jaarlijks de grondexploitaties herzien en de resultaten hiervan uitgewerkt in het Meerjarenperspectief Grondbedrijf. Dit wordt ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Ook in 2027 wordt deze cyclus doorlopen.

Verkoopprijzen woningbouw

De woningprijzen stijgen in 2026 verder, maar het tempo ligt lager dan in 2025.  De aanhoudende uitpondgolf zorgt voor meer aanbod, waardoor de prijsstijging afvlakt. Het aanbod van nieuwbouwwoningen steeg verder, vooral door een toename van het aantal appartementen. Tegelijkertijd blijft sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod, omdat de vraag zich relatief sterk richt op grondgebonden woningen. Ondanks deze mismatch zijn het toch de appartementen die per m² het meest in prijs zijn gestegen (op jaarbasis).

De betaalbaarheid staat blijvend onder druk: beleidsgrenzen, zoals de betaalbaarheidsgrenzen voor koop (betaalbaar 1 en betaalbaar 2 in Woerden) en stijgende bouwkosten zorgen ervoor dat woningen kleiner worden en de vierkante meterprijs toeneemt.

In de huursector blijft de krapte groot. Het aanbod nam opnieuw af doordat meer woningen werden verhuurd dan toegevoegd. De huurprijzen stegen harder dan zowel de koopwoningprijzen als de inflatie: de huurprijs per m² lag in het tweede kwartaal van 2026 4,7% hoger dan een jaar eerder.

 Trends en ontwikkelingen vastgoed

De vraag naar nieuwbouwwoningen blijft groot, maar de productie blijft achter bij de beleidsdoelstellingen, onder meer door vergunningenproblematiek, stikstofruimte, netcongestie en een stapeling van beleidsambities. Het aantal bouwstarts neemt wel toe, maar deze zijn vaker gebundeld in grotere projecten, terwijl de totale productie onvoldoende is om het tekort in te lopen. Nieuwbouwprijzen en bouwkosten stijgen door, maar in een gematigder tempo. Doordat de bouwkosten zelfs iets meer stijgen dan de verkoopprijzen voor nieuwbouwwoningen daalt de (theoretische) grondwaarde. Dit sluit aan op het bredere marktbeeld van toenemend woningaanbod en economische onzekerheid. De bouw en infrasector kampt met aanhoudende personeelskrapte, wat leidt tot hogere loonkosten en een opwaartse druk op de bouw- en GWW kosten. En de aanhoudende geopolitieke onrust werkt door in hogere materiaalkosten. Bouwmaterialen die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen zijn duurder geworden sinds de oorlog in Iran.

De GWW-kosten blijven stijgen door cao-loonsverhogingen en structurele capaciteitsproblemen. De vraag naar infrastructurele projecten is hoog en volle orderportefeuilles zorgen voor druk op capaciteit en uitvoering. Ook plankosten en VTU-kosten nemen toe door krapte op de arbeidsmarkt bij gemeenten en adviesbureaus en stijgende cao lonen tot en met 2027. 

De vraag naar kwalitatief hoogwaardige en energie zekere bedrijfsruimten, kantoren en winkels blijft hoog, ondanks aanhoudende economische en geopolitieke onzekerheden. Ook neemt het aanbod en het beleggingsvolume in bedrijfsruimten, kantoren en winkels toe. Hierbij wordt het onderscheid tussen courante en minder courante locaties steeds zichtbaarder.

Door instabiliteit in het Midden-Oosten is er sprake van (licht) stijgende rentes. Voor de woningbouwsector zijn de gevolgen van deze oplopende rentes voorlopig nog beperkt. Maar als rentes (en dus ook de hypotheekrente) verder stijgen kan dit wel (negatieve) gevolgen hebben. (Bron: Metafoor Kwartaalrapportage Q2 2026).

3. Uitgangspunten voor grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 3. Uitgangspunten voor grondexploitaties

a. Parameters

De gemeentelijke grondexploitaties worden jaarlijks herzien. In de grondexploitaties wordt uitgegaan van de boekwaardes per 31 december 2025, zoals opgenomen in de jaarrekening 2026. Daarnaast zijn de laatst bekende wijzigingen doorgevoerd waardoor meevallers en tegenvallers zijn ontstaan.
De huidige geactualiseerde exploitatieopzetten hebben als prijspeil 2025. Voor alle gemeentelijke grondexploitaties wordt vanaf 1 januari 2026 gerekend met een intern rentepercentage van 1,00%. De rente van een project wordt berekend over de boekwaarde. Naast de renteparameter worden door het college jaarlijks de te hanteren rekenparameters in de grondexploitaties vastgesteld. Onderstaande parameters zijn door het college vastgesteld (Parameters 2026 D/25/210478)) en verwerkt in de grondexploitaties.

b. Reserves

De gemeente Woerden kent het gebruik, conform BBV, om bijdragen aan de genoemde reserve en fondsen te doen vanuit de algemene middelen nadat er tussentijds winst is genomen uit de grondexploitaties of via resultaatsbestemming, na afsluiting van een grondexploitatie. Voor de verdere werkwijze zie Nota Grondbeleid Woerden 2023.
Bij initiatieven van derden verhaalt de gemeente haar (apparaat)kosten en de bovenwijkse voorzieningen via een exploitatieovereenkomst. De kosten worden in rekening gebracht indien op grond van een exploitatieovereenkomst medewerking wordt verleend aan particuliere plannen. De bedragen zijn gebaseerd op de structuurvisie en de daaropvolgende ‘Nota bovenwijks’.

 c. Winstnemingen

In 2018 is de Commissie BBV met een nadere toelichting gekomen over de verplichte werkwijze bij tussentijdse winstnemingen in grondexploitaties. Voor winstneming hanteert de Commissie BBV de percentage of completion (POC-)methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd, moet verplicht tussentijds, naar rato van de voortgang van de grondexploitatie, winst worden genomen. Hieruit volgde de verplichting tot tussentijdse winstneming in drie grondexploitaties, te weten Snel en Polanen, Bredius, Harmelen en Kamerik Schoollocaties. Voor verdere toelichting zie MPG 2026.

d. Risicovoorzieningen

Berekening van de grens van de Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG)

De stand van de ARG per 31-12-2025 is € 14.322K. 

In de Nota Grondbeleid Woerden 2023 staat in hoofdstuk 6 beschreven hoe om te gaan met de Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG). De hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit ofwel de minimale omvang van de ARG wordt bepaald aan de hand van de hoogste IFLO-norm van de afgelopen jaren en vooruitkijkend naar de komende jaren. Deze grens wordt met de uitkomsten van de Monte Carlo-simulatie, gestaafd aan de hand van de realisaties en prognoses uit de verschillende grondexploitaties. De Monte Carlo-simulatie wordt dus ter verificatie gebruikt om vervolgens de minimale omvang van de ARG te bepalen. Door twee methoden te gebruiken wordt enerzijds rekening gehouden met het risicoprofiel en wordt anderzijds een buffer van voldoende omvang gecreëerd die in lijn is met de voortgang in de projecten. Deze norm is gebaseerd op het voorzichtigheidsbeginsel, waarbij de buffer nooit lager kan zijn dan de geïdentificeerde risico’s en hoger mag zijn als extra vangnet voor onvoorziene effecten.

Allereerst is naar de IFLO gekeken. De hoogste uitslag over deze periode (2026) is € 6.658K. Dit is dezelfde score als vorig jaar, de IFLO kent dus geen procentuele wijziging. De uitslag van de Monte Carlo-simulatie van het MPG 2026 is € 4.231K.

Boven op de uitkomst van de Monte-Carlo is een risico-opslag van € 5.000K voorgesteld. Hiermee komt de voorgestelde grens uit op € 9.231K. Deze uitkomst ligt 49% boven de momenteel vastgestelde grens van de ARG.

Beide methoden zijn gebaseerd op input die voortkomt uit de grondexploitatie. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de (totale) nog te maken kosten en de fasering van het project. Een risico zoals netcongestie laat zich echter moeilijk binnen deze methoden plaatsen, terwijl dit risico wel bekend is en als een factor boven de markt hangt. Daarom wordt voorgesteld om een risico-opslag op te nemen. Deze opslag kan worden ingezet om tegenvallers in de fasering op te vangen of om maatregelen te financieren die nodig zijn om de bouw alsnog doorgang te laten vinden. 

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 25 juni 2026 is de grens van de ARG (D/26/223997) vastgesteld.

Per 31 december 2025 is het geïnvesteerde vermogen als volgt:

Complex (Bedragen x € 1.000) Boekwaarde
31/12/2025
Snel en Polanen -4.385
Brediuspark -225
Harmelen -427
Putkop Harmelen 703
Burg. van Zwietenweg 826
Kamerik Schoollocaties -1.104
Totale boekwaarde complexen per 31-12-2025 -4.612

De stand van de ARG per 31-12-2025 is € 14.322K. 

Bedragen x € 1.000
Algemene Reserve Grondbedrijf Bedrag mutatie Stand ARG
Beginstand ARG per 31-12-2024 13.292
Afdracht aan AR raadbesluit (D/25/181557) -634
Vrijval historische waarborgsom 50
Nog te openen grex Stationsomgeving, kosten 2025 -30
Vennootschapsbelasting (vpb) 2023 -77
Vennootschapsbelasting (vpb) 2024 -238
Winstneming 2025 Kamerik Schoollocaties 111
Winstneming 2025 Snel en Polanen 1.865
Winstneming 2025 Harmelen 38
Winstneming 2025 Bredius 189
Verliesvoorziening 2025 Burgemeester van Zwietenweg -244
Totaal mutaties 2025 1.030
Stand ARG per 31-12-2025 14.322

4. Toelichting per exploitatiegebied

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 4. Toelichting per exploitatiegebied

In het navolgende overzicht zijn de geprognosticeerde resultaten van de in exploitatie genomen complexen weergegeven per 1-1-2026:

Bedragen x € 1.000
In exploitatie genomen complex Boekwaarde 31-12-2025 Geraamde nog te maken kosten Geraamde te realiseren opbrengsten Geraamd eindresultaat (eindwaarde) Voorziening
Snel en Polanen -4.385 39.252 -39.443 -4.575
Brediuspark -225 447 -277 -55
Harmelen -427 651 -758 -534
Putkop Harmelen 703 9.838 -11.146 -605
Burgemeester van Zwietenweg 826 18.556 -18.730 652 652
Kamerik Schoollocaties -1.104 1.017 -2.259 -2.347
Totaal -4.612 69.761 -72.612 -7.464 652
(-) = positief en (+) is negatief bij EW

 

Snel en Polanen Boekwaarde 31 december 2025 €  - 4.385

Snel en Polanen

De grondexploitatie Snel en Polanen bestaat nog uit drie actieve deelexploitaties, te weten Snel en Polanen Algemeen, Snellerpoort en Cattenbroek. Voor de totale ontwikkeling van het gebied Snellerpoort is de verwachting dat het eind 2031 zal worden afgerond. 

Planologie 

In 2018 is het ambitiedocument 'Snellerpoort, een ander perspectief' vastgesteld. Hiervoor zijn in 2021 twee bestemmingsplannen (Snellerpoort en Winkelcentrum Snellerpoort) vastgesteld. Inmiddels zijn beide bestemmingsplannen onherroepelijk. Voor bouwveld B0 (Cattenbroekerdijk) is een procedure gevolgd om naast woningen ook maatschappelijke functies te kunnen realiseren op deze kavel. Daarnaast is het ontwerp bestemmingsplan met omgevingsvergunning voor recreatiestrand Cattenbroek in procedure gebracht. Het bestemmingsplan is in 2025 vastgesteld door de gemeenteraad (het bestemmingsplan is nog niet onherroepelijk).

Aanleg openbare ruimte

Eind 2022 is de verlenging van de Beneluxlaan om Snellerpoort opgeleverd. Tevens is een groot deel van de oostelijke bouwvelden en toekomstige openbare ruimte in dit deel van Snellerpoort bouwrijp. Hieronder vallen onder andere de verlegging van kabels en leidingen en ruwbouw van de kademuur en aanleg van de bouwwegen. Het eerst deel van de heringerichte Steinhagenseweg ter hoogte van Het Baken woonrijp gemaakt. In 2025 is voorafgaand aan de oplevering van De Waag (Cazas) de Nieheimerstraat (voorlopig) ingericht. Na afbouw van bouwveld B2 (Huis in ‘t Veld) wordt de Nieheimerstraat definitief ingericht. Het deel voor het Gezondheidscentrum en voor het winkelcentrum blijft tijdens de bouw van oostelijke bouwvelden en uitbreiding van het winkelcentrum een tijdelijk ingerichte “fietsstraat”. In 2025 is tevens gestart met het bouwrijp maken van de kavel voor de realisatie van de uitbreiding van winkelcentrum Snellerpoort (hiervoor wordt onder ander een tijdelijk parkeerterrein aangelegd voor de bezoekers van het winkelcentrum (zodat tijdens de bouw de bezoekers kunnen blijven parkeren). Met de diverse eigenaren en gebruikers wordt middels participatie gewerkt aan de herinrichtingsplannen voor het winkelcentrumplein.

Woonprogramma

In maart 2025 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over het Woonprogramma (D/24/161896), het college heeft begin april het Woonprogramma 'Woerden woont goed' vastgesteld. In het MPG 2026 zijn de gevolgen hiervan verwerkt in de grondexploitatie.

Blok B0: Dit blok is de Cattenbroekerdijk 1. Hiervoor is in 2024 een procedure gevoerd om extra functies dan woningen te kunnen toevoegen deze procedure is inmiddels afgerond. De kavel wordt de komende jaren gebruikt door diverse ontwikkelaars als bouwplaats, voor eventueel parkeren en materiaalopslag tijdens de ontwikkeling van bouwblokken B1 t/m B6. 
Blok B1: Dit bouwveld (De Waag) ligt achter Het Baken. De bebouwing op deze kavel is inmiddels opgeleverd en bewoont. In totaal 100 sociale huurwoningen en 20 middeldure huurwoningen voor diverse doelgroepen.
Blok B2: Voor dit bouwveld (Huis in ’t Veld) is in 2025 de grond geleverd. Dit bouwveld ligt aan de Nieheimerstraat en de Steinhagenseweg. Hier worden 81 woningen gerealiseerd in verschillende prijsklassen, langs de Steinhagenseweg worden op de begane grond een aantal aanvullende functies ontwikkeld. In 2025 is de ontwikkelaar gestart met de bouw. In 2026 wordt dit project opgeleverd.
Blok B3: Eind 2025 is voor dit bouwveld (Porta) de grond geleverd aan Bolton. Hier worden 80 woningen ontwikkeld in de diverse prijsklassen. Daarnaast komt hier een zogenaamd “Thuishuis” ook worden aanvullend in de plint langs de Steinhagenseweg gezamenlijke ruimtes ontwikkeld voor bewoners en de buurt. De bouw is gestart.
Blok B4: De selectie voor dit bouwveld is opgestart nadat de eerste verkoopresultaten van bouwveld B2 en de plannen van de bouw van bouwveld B5/6 bekend zijn. Er is hier een selectie voor gehouden en met BPD is een ontwikkelovereenkomst gesloten voor 93 woningen in diverse prijsklassen en doelgroepen. In de loop van 2026 worden de vergunningen voor de bouw aangevraagd/verleend.
Blok B5/6 (uitbreiding van Winkelcentrum Snel en Polanen): Dit bouwveld is geschikt voor de uitbreiding met een 2e supermarkt in het Winkelcentrum Snel en Polanen, een woningbouwprogramma van 100 huurwoningen en bijhorende (gebouwde) parkeervoorzieningen. Cazas zal hier een groot aantal huurwoningen afnemen om te exploiteren. In 2024 is een ontwikkelovereenkomst gesloten met Hoogvliet (Heembouw) die de plannen verder uit ontwikkelt. Eind 2025 is omgevingsvergunning ingediend. In 2026 wordt de koopovereenkomst gesloten, de kavel geleverd en is de kavel bouwrijp gemaakt. Naar verwachting wordt eind 2026/ begin 2027 gestart met de bouw.

Strand Cattenbroek

Voor het deelgebied Cattenbroek is door De Pretfabriek het recreatief concept ontwikkeld en de fysieke invulling van het plan uitgewerkt. Er is overeenstemming over de erfpachtovereenkomst en het ontwerp bestemmingsplan met omgevingsvergunning is in procedure gebracht en vastgesteld. Daarnaast zijn de verenigingen bezig met de invulling van “Het verenigingseiland”. In 2024 zijn gesprekken gevoerd met Watersportvereniging Woerden en afspraken gemaakt voor de realisatie van een watersporteiland. Medio 2025 is de uitvoering van de aanleg van “Het verenigingseiland” gestart. 

De financiële hoofdlijn samengevat:

De grootste kostenposten hebben betrekking op de inrichting van het gebied en plankosten. De geraamde opbrengsten na 2025 bedragen € 35.380K (exclusief rente en index), deze opbrengsten ontstaan door de verkoop van gronden ten behoeve van bebouwing. In het MPG 2026 zijn de wijzigingen als gevolg van het vastgestelde woonprogramma toegelicht. Door de kosten en opbrengsten te faseren in de tijd wordt de invloed van rente en inflatie doorgerekend. Middels de dynamische eindwaardeberekening wordt het saldo op eindwaarde berekend. Dat saldo bedraagt € 4.575K (positief).

 

Ad 2: Brediuspark

Brediuspark Boekwaarde 31 december 2025 €  - 225

De grondexploitatie Brediuspark bestaat uit twee woningbouwontwikkelingen en de herinrichting van een deel van het Brediuspark. In 2023 zijn de herinrichtingswerkzaamheden in het Brediuspark afgerond.

In 2025 hebben alle vier de kavelbouwers aan het Thijssepad hun omgevingsvergunning ontvangen. Drie kavels zijn eind 2025 geleverd, de vierde kavel is begin 2026 geleverd. De woningen worden met enige spreiding in het najaar van 2026 opgeleverd. Aansluitend maakt de gemeente de straat woonrijp. De twee kavels aan de Burgemeester van Kempensingel zijn in 2025 verkocht aan hospice De Mantelmeeuw. In december 2025 is de omgevingsvergunning voor de bouw onherroepelijk geworden. Het perceel is in het eerste kwartaal van 2026 geleverd. In maart 2026 is de eerste paal geslagen voor de realisatie van de Hospice. Het hospice zal naar verwachting medio 2027 gerealiseerd zijn.

De financiële hoofdlijn kort samengevat:

De geraamde nog te maken kosten bedragen afgerond € 0,43 miljoen (exclusief rente en index), de grootste kostenposten hebben betrekking op de inrichting van het gebied en planontwikkeling. Aan de opbrengstenkant draagt een hogere gerealiseerde meeropbrengst (voor de 4 kavels) positiever bij aan het resultaat. De geraamde nog te realiseren opbrengst in 2026 bedroeg afgerond € 269K (exclusief rente en index) en is reeds gerealiseerd, deze opbrengst is verkregen door de verkoop van gronden (maatschappelijk) t.b.v. de Hospice. Door de kosten en opbrengsten te faseren in de tijd wordt de invloed van rente en inflatie doorgerekend. Middels de dynamische eindwaardeberekening wordt het saldo op eindwaarde berekend. Dat saldo bedraagt € 55K (positief).

 

Ad 3: Harmelen diverse locaties

Harmelen Boekwaarde 31 december 2025 € - 427

De grondexploitatie Harmelen bestaat uit meerdere gebieden waaronder de voormalige zwembadlocatie, de Fonteinschoollocatie, de voormalige Raadhuislocatie, de Mauritshof, de Triaq-locaties en de Kind&Co-locatie. Op deze locaties worden gezamenlijk 88 woningen gerealiseerd. Het is een divers programma van sociale en middeldure huurwoningen tot vrije-sector koop, waaronder een CPO-project. Met uitzondering van de 25 huurappartementen van CAZAS zijn alle woningen opgeleverd en bewoond.

Naar verwachting wordt het perceel in 2026 aan CAZAS geleverd. Het betreft hier de realisatie van 21 sociale- en 4 middeldure huurwoningen.

Na circa een jaar bouwen maakt de gemeente rond de zomer 2027 het gebied woonrijp waarna de grondexploitatie wordt afgesloten.

De financiële hoofdlijn kort samengevat:

De geraamde nog te maken kosten bedragen circa € 0,62 miljoen (exclusief rente en index). De grootste kostenposten hebben betrekking op de inrichting van het gebied en planontwikkeling. Voor het woonrijp maken wordt verwacht dat grootste gedeelte in 2027 gerealiseerd zal worden. De geprognosticeerde planontwikkelingskosten zijn evenredig verdeeld over 2026 en 2027. Ook wordt er nog rekening gehouden met een cumulatieve planschadevergoeding. De geraamde nog te realiseren opbrengsten bedragen circa € 0,72 miljoen (exclusief rente en index), deze opbrengsten ontstaan o.a. door de verkoop van gronden (wonen) t.b.v. 25 appartementen voor CAZAS. Door de kosten en opbrengsten te faseren in de tijd wordt de invloed van rente en inflatie doorgerekend. Middels de dynamische eindwaardeberekening wordt het saldo op eindwaarde berekend. Dat saldo bedraagt € 534K (positief).

 

Ad 4: Putkop Harmelen

Putkop Harmelen                                                 Boekwaarde 31 december 2025                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         € 703

In de zoektocht naar schuifruimte voor lokale bedrijven die groeien is als een van de locaties Putkop Harmelen naar voren gekomen. Plangebied Putkop III grenst aan het bestaande bedrijventerrein De Putkop. Er is voor gekozen om met het ontwerp het bestaande bedrijventerrein ruimtelijk af te ronden en zo ook de landschappelijke inpassing van het gehele bedrijventerrein te verbeteren. Het bestemmingsplan en exploitatieplan zijn vastgesteld. Hiertegen is beroep ingesteld. Ondertussen wordt gepoogd de benodigde gronden in eigendom te verkrijgen. Hiervoor is een onteigeningsbesluit genomen. De rechter heeft het verzoek in maart 2026 bekrachtigd, het is nog mogelijk dat tegen dit besluit beroep wordt aangetekend. In de planning wordt de eerste gronduitgifte voorzien in 2027 en wordt de grondexploitatie in 2030 afgesloten, een en ander is afhankelijk van de behandeling van het beroep van de Raad van State en de onteigeningsprocedure.

De financiële hoofdlijn kort samengevat:

De gerealiseerde bestedingen betreffen hoofdzakelijk planontwikkelingskosten, waarvan een deel gerelateerd is aan verwerving en onteigening. De geraamde nog te maken kosten bedragen € 9.241K (exclusief rente en index). De grootste kostenposten hebben betrekking op de verwervingen, de inrichting van het gebied en planontwikkeling. De boekwaarde (gemaakte kosten) bedraagt € 703K. Alle opbrengsten (€ 10.593K exclusief rente en index) dienen nog te worden gerealiseerd en betreffen de verkoop van bouwrijpe grond (i.c. bedrijfskavels). Door de kosten en opbrengsten te faseren in de tijd wordt de invloed van rente en inflatie doorgerekend. Middels de dynamische eindwaardeberekening wordt het saldo op eindwaarde berekend. Dat saldo bedraagt € 605K positief. Dit is een verslechtering van het resultaat ten opzichte van de grondexploitatie per 1-1-2025 (€ 729K) met € 124K. Deze resultaatsverslechtering betreft het saldo van meer opbrengsten (hogere grondprijs in verband met indexering) en meer kosten als gevolg van indexering en aanpassing fasering. Deze grondexploitatie kent risico’s, welke zijn beschreven in het MPG 2026. De belangrijkste risico's betreffen verwerving (aankoop gronden), netcongestie (kosten van maatregelen, prijsstelling gronduitgifte, vertraging) en marktrisico's (grondprijzen, kostenstijgingen).

 

Ad 5: Burgemeester van Zwietenweg

Burgemeester van Zwietenweg Boekwaarde 31 december 2025 € 826

In de zoektocht naar schuifruimte voor lokale bedrijven die groeien, is als een van de locaties de Burgemeester van Zwietenweg naar voren gekomen. De locatie Burgemeester van Zwietenweg ligt in de oksel tussen de A12, de Burgemeester van Zwietenweg en ten zuiden van de Kromwijkerdijk. Het plangebied is circa 9 ha groot, waarvan 5,7 ha uitgeefbaar. Het bestemmingsplan en exploitatieplan zijn in procedure gebracht en hierop zijn 11 zienswijzen binnengekomen. Deze zienswijzen zijn beantwoord en het bestemmingsplan en exploitatieplan zijn door de raad in de vergadering d.d. 25 november 2025 gewijzigd vastgesteld. Tegen het bestemmingsplan is beroep ingesteld. De planning is dat de eerste gronduitgifte plaatsvindt in 2028 en dat de grondexploitatie in 2031 kan worden afgesloten.

 De financiële hoofdlijn kort samengevat:

De gerealiseerde bestedingen betreffen hoofdzakelijk planontwikkelingskosten en hebben onder andere betrekking op het minnelijke verwervingstraject en de aanpassingen van het bestemmingsplan en exploitatieplan naar aanleiding van de ingediende zienswijzen. De geraamde nog te maken kosten bedragen € 17.081K (exclusief rente en index). De grootste kostenposten hebben betrekking op de verwervingen, de inrichting van het gebied en planontwikkeling. De boekwaarde (gemaakte kosten) bedraagt € 826K. Alle opbrengsten € 17.300K (exclusief rente en index) dienen nog te worden gerealiseerd en betreffen de verkoop van bouwrijpe grond (i.c. bedrijfskavels). Door de kosten en opbrengsten te faseren in de tijd wordt de invloed van rente en inflatie doorgerekend. Middels de dynamische eindwaardeberekening wordt het saldo op eindwaarde berekend. Dat saldo bedraagt € 652K negatief. Dit is een verslechtering van het resultaat ten opzichte van de grondexploitatie per 1-1-2025 (€ 408K negatief) met € 244K, waardoor de verliesvoorziening met dit bedrag (€ 244K) dient te worden verhoogd. De resultaatverslechtering houdt voornamelijk verband met de toegenomen kosten als gevolg van indexering (kostenstijgingen) en hogere plankosten. De hogere plankosten houden verband met de extra gemaakte kosten in het kader van aanpassingen van het bestemmingsplan- en exploitatieplan (hiervoor waren ook nieuwe onderzoeken benodigd) en met vertragingen. De hogere grondopbrengsten als gevolg van indexering kunnen de toegenomen kosten niet volledig compenseren. Deze grondexploitatie kent risico’s, welke zijn beschreven in het MPG 2026. De belangrijkste risico's betreffen verwerving (aankoop gronden), netcongestie (kosten van maatregelen, prijsstelling gronduitgifte, vertraging) en marktrisico's (grondprijzen, kostenstijgingen).

 

Ad 6: Kamerik Schoollocaties

Kamerik Schoollocaties Boekwaarde 31 december 2025 € - 1.104

De grondexploitatie Kamerik Schoollocaties is in 2021 geopend. Op dit moment zijn er binnen de grondexploitatie 57 woningen/appartementen opgeleverd, te weten Weidse Weelde (20 appartementen) en De Opkamer (18 woningen en 19 appartementen). In 2025 is het CPO-traject voor op de Mijzijde 88a gestart. Uit de eerste inschrijfronde is geen CPO-vereniging voortgekomen. Eind 2025 is een tweede inschrijfronde voor het zoeken van een CPO-vereniging geopend. Begin 2026 is er een nieuwe CPO-groep gevormd, zij hebben de opdracht gekregen om voor 1 april 2026 een vereniging op te richten. Het is de CPO-groep niet gelukt om een vereniging op te richten. De kavel aan de Mijzijde 88a zal in 2026 gereed gemaakt worden voor een tender. De verschillende uitgangspunten die aan de tender meegegeven moeten worden zullen medio 2026 op papier gezet worden. Na de zomer van 2026 wordt de tender op de markt gezet. 

Binnen de grondexploitatie is er nog een kavel beschikbaar, namelijk de Mijzijde 76a. Onder het bouwvlak ligt een gestuurde boring. Jarenlange gesprekken met Stedin hebben dan nu eindelijk geleid dat Stedin de boring in 2026 gaat verwijderen. Daarna is het pas mogelijk om een kavelpaspoort vast te stellen. Nadat deze is vastgesteld zal in 2027 het verkooptraject opgestart worden.

De financiële hoofdlijn kort samengevat:

De geraamde nog te maken kosten bedragen circa € 977K (exclusief rente en index), de grootste kostenposten hebben betrekking op de inrichting van het gebied en planontwikkeling. De geraamde nog te realiseren opbrengsten bedragen circa € 2.000K (exclusief rente en index), deze opbrengsten ontstaan door de verkoop van gronden ten behoeve van bebouwing. De enige categorie is woningbouw. Door de kosten en opbrengsten te faseren in de tijd wordt de invloed van rente en inflatie doorgerekend. Middels de dynamische eindwaardeberekening wordt het saldo op eindwaarde berekend. Dat saldo bedraagt € 2.347K (positief).