Algemene beschouwingen en financiële beschouwingen

1. Algemene beschouwingen

Terug naar navigatie - 1. Algemene beschouwingen - 1. Inleiding

Van start

Met trots presenteert het college van B en W u zijn eerste programmabegroting. Sinds de start op 1 juli 2026 werkt het college aan plannen die Woerden en de dorpen Harmelen, Kamerik en Zegveld nog mooier, sterker en leefbaarder maken.

Rekening houden met onzekerheid
De wereld kent veel onzekerheden. Internationale ontwikkelingen zijn onvoorspelbaar en ook nationaal beleid verandert regelmatig. Tegelijkertijd staan de inkomsten vanuit het Rijk onder druk. Ook lokaal zijn er risico's. Daarom blijft de gemeente wendbaar en financieel weerbaar, met voldoende ruimte om tegenvallers op te vangen en waar nodig bij te sturen. In deze begroting is daar rekening mee gehouden door verantwoord gebruik te maken van de reserves.

Woerden als regionale partner
Woerden werkt actief samen met andere gemeenten en de provincie aan maatschappelijke opgaven. Dat gebeurt binnen MRU-West, het Groene Hart en met omliggende gemeenten. Ook in 2027 wil het college een betrouwbare en constructieve partner zijn. De samenwerking met Oudewater neemt daarbij een bijzondere plaats in. In 2027 werken beide gemeenten verder aan de verdieping van de afspraken die in 2026 zijn gemaakt, met als doel meer kwaliteit en synergie voor beide organisaties.

We doen het samen
Het realiseren van deze ambities kan alleen samen met inwoners, ondernemers, dorps- en wijkplatforms, de gemeenteraad, andere gemeenten en de provincie. Het college wil daarbij nadrukkelijk samen met de gemeenteraad richting geven aan de toekomst van de gemeente.

Aan de slag
In deze programmabegroting zijn de ambities uit het collegewerkprogramma uitgewerkt. Een deel daarvan is direct vertaald in beleid en acties. Andere ambities vragen eerst om nadere uitwerking. Voor deze onderwerpen komt het college met voorstellen aan de gemeenteraad, inclusief dekking en uitvoering.

Prioriteiten

Het college werkt in 2027 aan de volgende prioriteiten. Deze hebben, naast de reguliere werkzaamheden, een plek gekregen in de begroting.

Groei met kwaliteit
De gemeente groeit naar 60.000 inwoners, waardoor meer woningen nodig zijn. Deze begroting bevat voorstellen en middelen om woningbouw te stimuleren. Netcongestie vormt een groeiend risico; daarom werkt het college samen met andere overheden om dit zoveel mogelijk te beperken. De groei is vastgelegd in de Omgevingsvisie, die wordt herijkt en uitgewerkt in omgevingsprogramma’s. Tegelijkertijd werken we aan een toekomstperspectief voor het gebied ten westen van Woerden. Ook voorzieningen moeten meegroeien. Daarom worden plannen uitgewerkt voor investeringen in maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen, sportaccommodaties, buurthuizen en speeltuinen. De Maatschappelijke Agenda vormt hiervoor de basis en wordt in 2027 herijkt. Inwoners merken dit aan meer woningen, goede voorzieningen en ruimte om te ontmoeten, sporten en spelen.

Een innovatieve economie
De economie van Woerden, Harmelen, Kamerik en Zegveld is sterk en biedt veel werkgelegenheid. Het college werkt aan groeiruimte op nieuwe bedrijventerreinen en aan het stimuleren van innovatie, zodat ook in de toekomst voldoende banen beschikbaar blijven. Daarnaast wordt de dienstverlening aan ondernemers verbeterd door verzoeken en vergunningen sneller af te handelen. Ondernemers en inwoners merken dit aan betere dienstverlening, meer economische kansen en behoud van werkgelegenheid.

Werken aan een duurzame wereld
Hitte, droogte en natuurbranden komen steeds vaker voor. Daarom blijft het college werken aan de verduurzaming van economie, woningen, gebouwen en mobiliteit. Het bedrijfsleven is hierbij een belangrijke partner. Samen verminderen we het gebruik van grondstoffen en helpen we inwoners met subsidies om woningen sneller te isoleren. Ook zet het college stappen in duurzame energie en de warmtetransitie, zodat bedrijven en inwoners kunnen rekenen op schone energie en leveringszekerheid.

Goede bereikbaarheid
Om ergens te kunnen wonen of werken, moet je er ook kunnen komen. Veilige wegen en goed openbaar vervoer zijn daarbij onmisbaar. De inzet richt zich op onderhoud van wegen, het oplossen van knelpunten en op termijn de aanleg van een nieuwe randweg, met eerst aandacht voor de oostelijke randweg. Inwoners merken dit aan beter onderhouden wegen en fietspaden, meer verkeersveiligheid en een betere doorstroming.

Veilig samenleven
Veiligheid in de leefomgeving is een basisbehoefte. Daarom bevat deze begroting extra investeringen in veiligheid. Het geld wordt ingezet voor extra handhaving door twee nieuwe BOA’s en voor een betere verbinding tussen de maatschappelijke agenda en het veiligheidsdomein. Inwoners merken dit aan meer zichtbare handhaving en een snellere aanpak van overlast en onveilige situaties.

Weerbare samenleving
De druk op onze samenleving neemt toe door geopolitieke spanningen en ondermijnende criminaliteit. Ook in Woerden is dit merkbaar. Daarom treffen we in 2027 maatregelen om de samenleving weerbaarder te maken, bijvoorbeeld door minder afhankelijk te zijn van buitenlandse energie en grondstoffen. Ook bereiden we ons voor op langdurige crisissituaties. Inwoners merken dit aan een betere voorbereiding op noodsituaties en het zoveel mogelijk in stand houden van dienstverlening en voorzieningen tijdens crises.

Een fijne openbare ruimte
Inwoners en bezoekers ontmoeten elkaar in de openbare ruimte. Groen, parken, stoepen en straten moeten daarom goed onderhouden worden. Het college investeert extra om dit nu en in de toekomst mogelijk te maken. Zo blijft het prettig wonen in Woerden, Harmelen, Kamerik en Zegveld. Inwoners merken dit aan schone, veilige en aantrekkelijke straten, pleinen, parken en speelplekken.

Iedereen doet en telt mee
In de gemeente Woerden telt iedereen mee. Het college blijft zich inzetten voor een samenleving waarin iedereen kan deelnemen. Mensen zonder werk worden geholpen bij het vinden van een baan en inwoners die zorg nodig hebben kunnen rekenen op passende ondersteuning. Ook zet de gemeente zich in voor toegankelijke openbare gebouwen en openbare ruimte. Discriminatie wordt niet geaccepteerd en iedereen is welkom, ongeacht achtergrond, geloof, seksuele geaardheid, gender of andere kenmerken. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld als inclusieve werkgever en zet hiervoor extra capaciteit in. Inwoners merken dit aan toegankelijke voorzieningen, passende ondersteuning en een gemeente waarin iedereen mee kan doen.

Sterke organisatie
Het college wordt ondersteund door een betrokken en deskundige organisatie. Een sterke organisatie is essentieel voor goede dienstverlening aan inwoners, bedrijven en bezoekers. Daarom blijft het college investeren in ontwikkeling. Samen met de auditcommissie wordt bekeken hoe de gemeenteraad inzicht krijgt in de ontwikkeling van de organisatie en relevante personele indicatoren. Inwoners merken dit aan betrouwbare dienstverlening, duidelijke communicatie en een gemeente die afspraken nakomt.

Gezonde financiën
Het huishoudboekje van de gemeente is gezond en dat blijft het uitgangspunt. Het vermogen wordt ingezet voor maatschappelijke doelen; vermogensgroei is geen doel op zichzelf. Het college streeft naar een lastendruk die op of onder het Utrechtse gemiddelde ligt. De begroting is in balans in 2027, maar nog niet in 2028 en 2029. Daarom worden richting de Kadernota 2028 financiële maatregelen uitgewerkt en voorgelegd aan de gemeenteraad. Inwoners merken dit aan een financieel stabiele gemeente die blijft investeren in voorzieningen en oog houdt voor betaalbare lokale lasten.

Met deze begroting kiest het college voor groei met kwaliteit, een sterke samenleving en gezonde financiën. Zo bouwen we aan een gemeente waar het prettig wonen, werken en ondernemen is.

2. Financiële beschouwingen

Terug naar navigatie - 2. Financiële beschouwingen - 2. Financiën/ financiële beschouwingen

Deze begroting bouwt voort op de Kadernota 2027 en is geactualiseerd op basis van de meest recente financiële informatie voor het bestaande beleid.  De financiële vertaling van het collegewerkprogramma is niet in deze primaire begroting verwerkt.

Ten opzichte van de Kadernota is het financiële beeld verbeterd. Waar de Kadernota voor de jaren 2028 tot en met 2030 nog tekorten liet zien, laat de voorliggende begroting in alle jaarschijven een positief begrotingssaldo zien. Daarmee ontstaat ruimte voor de financiële vertaling van het coalitieakkoord 2026-2030 ‘Basis op orde, bouwen aan morgen’.

De verbetering van het financiële perspectief is het gevolg van onder meer de verwerking van de meicirculaire 2026, een actualisatie van inkomsten en uitgaven, een aangepaste rente- en financieringsraming en een realistischer fasering van investeringen. Tegelijkertijd blijft behoedzaamheid nodig. De ontwikkeling van het gemeentefonds, de kosten in het sociaal domein, de omvangrijke investeringsopgave en de ontwikkeling van de schuld zijn belangrijke aandachtspunten.

Uitgangspunt blijft een solide en realistisch financieel beleid. Daarbij sturen we niet alleen op een positief begrotingssaldo, maar vooral op structureel begrotingsevenwicht, een uitvoerbare investeringsplanning en een beheersbare schuldpositie.

Collegewerkprogramma en aanvullende beleidskeuzes
De financiële effecten van het collegewerkprogramma zijn nog niet in deze begroting verwerkt. Hierdoor geeft het begrotingssaldo van de primaire begroting niet het financiële beeld weer ná verwerking van deze bestuurlijke keuzes. De effecten worden opgenomen in een eerste begrotingswijziging, die tegelijk met deze begroting ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd.

Het college heeft de raad eerder toegezegd dat, indien het begrotingssaldo daarvoor ruimte biedt, naast de financiële vertaling van het collegewerkprogramma ook opnieuw wordt gekeken naar voorstellen uit de Voorjaarsrapportage 2026 en de Kadernota 2027 die niet zijn gehonoreerd. Het verbeterde financiële perspectief biedt ruimte om een aantal eerder niet gehonoreerde voorstellen alsnog op te nemen in de begroting. De financiële effecten van alsnog gehonoreerde voorstellen worden opgenomen in de eerste begrotingswijziging. Daarmee biedt de eerste begrotingswijziging de raad in samenhang inzicht in zowel de financiële vertaling van het collegewerkprogramma als de aanvullende keuzes die het college binnen de beschikbare financiële ruimte voorstelt.

Na besluitvorming door de raad worden de financiële effecten conform het raadsbesluit in de begroting 2027-2030 verwerkt.

Van Kadernota naar Begroting
Deze begroting is gebaseerd op de Kadernota 2027 die de raad op 16 juli 2026 heeft vastgesteld. De in de Kadernota opgenomen financiële en beleidsmatige uitgangspunten zijn in deze begroting vertaald en waar nodig geactualiseerd. De going-concernbegroting is opnieuw doorgerekend, de gevolgen van loon- en prijsontwikkelingen zijn verwerkt en de meicirculaire 2026 is opgenomen. Ook de investeringsplanning is opnieuw beoordeeld op haalbaarheid en beschikbare uitvoeringscapaciteit.

De belangrijkste ontwikkelingen sinds de vaststelling van de Kadernota zijn:

  1. De verwerking van de meicirculaire 2026. Dit leidt tot een voordeel van € 0,2 miljoen in 2027, oplopend tot circa € 1,0 miljoen in 2030.
  2. De investeringsplanning en de bijbehorende kapitaallasten zijn geactualiseerd. Bij de fasering is nadrukkelijker rekening gehouden met de verwachte uitvoeringscapaciteit en het vastgestelde investeringsplafond.
  3. De ramingen voor rente en financiering zijn aangepast aan de actuele kasstroomprognose. Dit levert in alle jaren een financieel voordeel op.
  4. De budgetten voor integraal beheer van de openbare ruimte (IBOR) zijn bijgesteld op basis van de actuele projectplanning.
  5. Bij de Programmabegroting 2026 zijn de middelen voor de herijking van IBOR, conform het aangenomen amendement, nog niet aan de exploitatie toegevoegd maar beschikbaar gehouden via een storting in de Algemene reserve. In de Programmabegroting 2027 is dit technisch gecorrigeerd door deze middelen als reservering binnen programma 7 op te nemen. De omvang en bestemming van de middelen wijzigen hierdoor niet. Dit sluit beter aan bij de wijze waarop het structurele begrotingssaldo wordt beoordeeld: structurele lasten en baten moeten herkenbaar en in samenhang in de begroting worden gepresenteerd. De technische correctie leidt daarmee tot een zuiverder en transparanter beeld van het structurele begrotingssaldo.
  6. De nieuwe Samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Oudewater is doorgerekend op basis van de personeelsbegroting en overige kostenramingen voor 2027.
  7. De opbrengsten uit parkeren, OZB, leges en heffingen zijn geactualiseerd. Voor de OZB is, naast de in de Kadernota opgenomen indexatie, ook de actuele opbrengstontwikkeling en areaaluitbreiding verwerkt. Er is geen index doorgevoerd op de parkeertarieven.
  8. De personeelskosten zijn geactualiseerd op basis van de geldende cao-afspraken en de feitelijke personele bezetting.
  9. Subsidies zijn conform de Kadernota met 4,1% geïndexeerd. De kosten voor Jeugdwet en Wmo zijn conform berichtgeving van het regionaal inkoopbureau Utrecht West geïndexeerd met 3,96%.
  10. Voor overige kosten en investeringen is geen prijsindex toegepast. In programma 7 is hiervoor een stelpost van € 435.000 opgenomen, welke kan worden ingezet als prijsontwikkelingen daartoe aanleiding geven.
  11. De bijdragen aan verbonden partijen zijn aangepast aan de meest recente begrotingen van deze partijen.

Ontwikkeling financieel perspectief sinds vaststelling Kadernota 2027

Onderstaande tabel laat zien hoe het financiële perspectief zich heeft ontwikkeld van de vastgestelde Kadernota 2027 naar de geactualiseerde Begroting 2027-2030.

Omschrijving (- is nadeel en + is voordeel) x € 1.000

2027

2028

2029

2030

Begrotingssaldo Kadernota 2027

991

-1.728

-880

-870

Verwerking meicirculaire 2026 conform RIB D/26/233901

236

706

525

958

Actualisatie begroting

1.220

1.675

841

1.909

Saldo begroting 2027-2030 excl. CWP

2.447

653

486

1.997

 

Mutaties begroting 2027:

Toelichting

Bijdrage Oudewater

600

De bijdrage van Oudewater aan Woerden stijgt in 2027 door hogere salariskosten, een hoger bijdragepercentage, noodzakelijke versterking van de organisatie en hogere bedrijfsvoeringskosten.

Bijstelling IBOR-budget

400

Het IBOR is incidenteel verlaagd doordat de uitvoering van een aantal projecten later plaatsvindt dan voorzien.

Aanpassing rente financiering

1.000

Bij het opstellen van de begroting 2027-2030 is de investeringsplanning geactualiseerd. Omdat een aantal investeringen later worden uitgevoerd, zijn de liquiditeitsprognose en de kapitaallasten hierop aangepast. 

Parkeren

286

Bijstelling o.b.v. de begroting van Parkeerservice. Daarnaast zijn, door de invoering van de scanauto, de inkomsten van naheffingen gestegen. Er is geen indexatie op de tarieven toegepast.

OZB

112

De ontwikkeling van de WOZ-waarden en de opbrengstontwikkeling als gevolg van areaaluitbreiding zorgt voor een hogere opbrengst.

Vrijval reservering taakmutaties AU

188

De reservering voor specifieke inkomsten uit het Gemeentefonds kunnen vrijvallen, omdat de betreffende taken binnen de bestaande budgetten kunnen worden uitgevoerd.

Onderwijsachterstandenbeleid

100

Door onderbesteding kan een deel van het budget vrijvallen. De rijksmiddelen zijn toereikend om de taken en voorgenomen activiteiten uit te voeren, waardoor het gemeentelijke budget kan worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering.

Aanpassing kapitaallasten

-395

Bij het opstellen van de begroting 2027-2030 is de investeringsplanning geactualiseerd. Omdat een aantal investeringen later worden uitgevoerd, zijn de liquiditeitsprognose en de kapitaallasten hierop aangepast. 

Verbonden partijen

-165

Bijstelling op basis van de begrotingen van de verbonden partijen. De hogere bijdrage heeft betrekking op nieuw beleid.

Loonkostenstijging

-681

De loonkosten zijn geactualiseerd op basis van de werkelijke inschaling van medewerkers, de effecten van HR21 en de bijgestelde raming van het opleidingsbudget op basis van de loonsom.

Divers

-225

Diverse mutaties

Totale mutaties begroting 2027

1.220

 

Structureel begrotingssaldo
De provincie kijkt als toezichthouder voor de beoordeling van de begroting naar het structurele saldo. Bij een structureel evenwicht worden structurele lasten gedekt door structurele baten. Incidentele baten en lasten en incidentele reservemutaties worden daarbij buiten beschouwing gelaten.

Het structurele begrotingssaldo, exclusief verwerking CWP,  is in alle jaren positief: 2027 € 3,0 miljoen, 2028 € 1,1 miljoen, 2029 € 0,7 miljoen en 2030 € 2,0 miljoen.

Structureel saldo (x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

Saldo baten en lasten

772

-590

-262

1.246

Saldo mutaties reserves

1.675

1.242

748

750

Begrotingssaldo (excl. CWP)

2.447

653

486

1.997

Af: incidentele baten

-9.856

-11.328

-9.650

-4.320

Af: incidentele onttrekking reserves

-1.524

-1.091

-596

-599

Bij: incidentele lasten

11.270

12.261

9.800

4.320

Bij: incidentele toevoegingen reserves

670

670

670

670

Structureel begrotingssaldo (excl. CWP)

3.007

1.165

710

2.068

Algemene uitkering en circulaires
De algemene uitkering uit het gemeentefonds vormt een belangrijk deel van de gemeentelijke inkomsten en is daarmee van grote invloed op het meerjarenperspectief. De voorliggende begroting is gebaseerd op de meicirculaire 2026. Ten opzichte van de Kadernota verbetert het begrotingssaldo hierdoor met € 236.000 in 2027, € 706.000 in 2028, € 525.000 in 2029 en € 958.000 in 2030.

De herziening van het gemeentefonds blijft een belangrijke ontwikkeling. Per 1 januari 2023 is een nieuw verdeelmodel van het gemeentefonds ingevoerd. Sindsdien groeien gemeenten in kleine stapjes naar de nieuwe verdeling via het zogenoemde ingroeipad. Voor Woerden heeft de herziening negatieve gevolgen. Omdat er meer onderzoek nodig is naar de uitwerking van de herziening wordt, conform het advies van de Raad van Openbaar Bestuur, het ingroeipad voor de jaren 2027 en 2028 bevroren op het huidige niveau. De eerstvolgende herziening wordt nu verwacht vanaf 2029 en zou voor Woerden een negatief resultaat betekenen van ongeveer € 1,7 miljoen.

Op Prinsjesdag is de septembercirculaire 2026 gepubliceerd. Zoals in voorgaande jaren is de septembercirculaire niet in deze begroting verwerkt. Bij de Voorjaarsrapportage 2027 wordt de financiële vertaling verwerkt in de begroting.

Lokale heffingen
Conform de Kadernota zijn de opbrengsten uit belastingen en heffingen voor 2027 in beginsel met 4,1% geïndexeerd. Voor de OZB is daarnaast rekening gehouden met de ontwikkeling van de WOZ-waarden, de actuele opbrengstontwikkeling en areaaluitbreiding. Op de parkeertarieven is geen indexatie toegepast.

De rioolheffing wordt naast de reguliere indexatie van 4,1% met 3,5% verhoogd, conform het vastgestelde beleidsplan Gemeentelijk Water en Klimaatbestendig. Hiermee wordt een buffer opgebouwd voor kapitaallasten van de benodigde, toekomstige investeringen.

Sociaal domein
Het sociaal domein blijft in financieel opzicht een belangrijk aandachtspunt. De Jeugdwet en Wmo zijn open-einde-regelingen, waardoor volumeontwikkelingen en veranderingen in de zorgvraag rechtstreeks kunnen doorwerken in de begroting. De koers van de Maatschappelijke Agenda blijft daarom gericht op het versterken van de sociale basis, preventie en ondersteuning dichtbij de inwoner, met als doel zwaardere en duurdere zorg waar mogelijk te voorkomen.

In deze begroting zijn de budgetten voor Jeugdwet en Wmo geactualiseerd en geïndexeerd met 3,96%. De ontwikkeling van volumes, uitgaven en de realisatie van sturingsmaatregelen wordt gedurende het begrotingsjaar gevolgd via de reguliere planning&control-cyclus. Op deze wijze wordt een belangrijk financieel risico in het sociaal domein actief gemonitord.

Investeringsplan
De gemeente staat de komende jaren voor een omvangrijke investeringsopgave. Het bij de Kadernota vastgestelde investeringsplafond blijft daarbij het financiële kader. Voor 2027 en verder bedraagt dit plafond € 32,4 miljoen per jaar. In deze begroting is de fasering van investeringen opnieuw beoordeeld op basis van de verwachte uitvoerbaarheid en beschikbare capaciteit.

Een realistischer fasering voorkomt dat kapitaallasten te vroeg in de begroting worden opgenomen en geeft een beter beeld van de toekomstige financieringsbehoefte. De actualisatie van de afschrijvingslasten levert binnen deze begrotingsperiode een voordeel op dat oploopt tot € 357.000 in 2030. Het verschuiven van kasstromen betekent niet dat investeringen vervallen; het moment waarop de uitgaven en financiële lasten ontstaan wordt beter aangesloten op de verwachte uitvoering.

Schuldquote
Een positief begrotingssaldo alleen is niet voldoende om de financiële gezondheid van de gemeente te beoordelen. Ook de ontwikkeling van de schuld is van belang. Een hoge schuld maakt de begroting gevoeliger voor rentestijgingen en legt door hogere rente- en afschrijvingslasten voor langere tijd beslag op toekomstige begrotingsruimte. Zeker in deze huidige tijd, waarin rentes stijgen, is de ontwikkeling van de schuldquote zeer relevant.

De uitgangspositie is de afgelopen jaren verbeterd: de netto schuldquote kwam in de Jaarstukken 2025 uit op 76%, tegenover 90% in 2024. Door de omvangrijke investeringsopgave zal de schuldquote de komende jaren naar verwachting weer oplopen. De Financiële Verordening hanteert 130% als eerste signaleringswaarde. Het investeringsplafond en de realistische fasering van investeringen zijn belangrijke instrumenten om de ontwikkeling van de schuld beheersbaar te houden.

De geprognotiseerde netto schuldquote komt voor de begroting 2027 uit op 105%.

Samenvattend
Het financiële perspectief is sinds de Kadernota 2027 duidelijk verbeterd. De voorliggende begroting laat in alle jaren een positief begrotingssaldo zien en biedt daarmee een solide uitgangspositie voor de nieuwe bestuursperiode. De positieve saldi zijn echter niet zonder meer vrije bestedingsruimte. De financiële gevolgen van het collegewerkprogramma moeten nog worden verwerkt. De ontwikkelingen bij het Rijk, het sociaal domein, de investeringsopgave en de schuldpositie vragen blijvende aandacht.

De financiële koers blijft daarom gericht op structureel en reëel begrotingsevenwicht, realistisch begroten,  een gemiddelde lastendruk en investeren en het bewaken van de schuldpositie. Daarmee wordt ruimte geboden voor bestuurlijke keuzes, zonder de financiële wendbaarheid van de gemeente op langere termijn uit het oog te verliezen.