Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Wat is het doel van deze paragraaf?

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 1. Wat is het doel van deze paragraaf?

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft in hoeverre de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Hiertoe gaat de paragraaf in op de ingeschatte risico’s (het risicoprofiel) en de beschikbare financiële buffer om deze risico’s op te vangen (de weerstandscapaciteit). Op basis van deze getallen kan vervolgens het weerstandsvermogen van de gemeente worden berekend.

Daarnaast gaat deze paragraaf in op een aantal financiële kengetallen. Samen geven de kengetallen inzicht in de brede financiële positie van de gemeente, oftewel de financiële gezondheid van de gemeente.

2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

Het meest relevante wettelijke kader voor deze paragraaf is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Deze beschrijft dat de paragraaf minimaal in moet gaan op de weerstandscapaciteit, de risico’s en het beleid hierover, evenals een aantal kengetallen en hun onderlinge verhouding.

Verder heeft de gemeente te maken met het toezicht van de provincie. Aan de hand van deze paragraaf beoordeelt de provincie of het lichte ‘repressief toezicht’ afdoende is of dat het zware ‘preventief toezicht’ vereist is. In het laatste geval gaat de gemeente niet langer volledig zelf over haar uitgaven, maar is voor alle grote uitgaven toestemming van de provincie nodig. In Nederland gebeurt dit zelden.

In de Financiële Verordening staat hoe de gemeente Woerden omgaat met risico’s en het weerstandsvermogen. De raad heeft de laatste versie van de Verordening vastgesteld in april 2025.

Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Beschikbare weerstandscapaciteit - Inleiding

De gemeente heeft een financiële buffer om risico’s op te vangen: de beschikbare weerstandscapaciteit.

De weerstandscapaciteit per eind 2027 neemt wat af ten opzichte van 2025. Dit is het gevolg van het inzetten van de algemene reserve voor een aantal incidentele uitgaven in 2026, hetgeen de toevoeging van het positieve resultaat van de jaarrekening 2025 overschrijdt. 

Bedragen x € 1.000 Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Algemene reserve incidenteel 45.530 46.498 45.105 44.393 44.293 44.293
Algemene reserve grondbedrijf incidenteel 14.323 14.323 14.323 14.323 14.323 14.323
Stille reserves incidenteel 0 0 0 0 0 0
Onvoorzien structureel 0 0 0 0 0 0
Onbenutte belastingcapaciteit structureel 2.517 2.517 3.062 3.062 3.062 3.062
Totaal (excl. onbenutte belastingcapaciteit) € 59.853 € 60.821 € 59.428 € 58.716 € 58.616 € 58.616
Totaal (incl. onbenutte belastingcapaciteit) € 62.370 € 63.338 € 62.490 € 61.778 € 61.678 € 61.678

De weerstandscapaciteit bestaat uit een aantal onderdelen:

  • De algemene reserve is het deel van het eigen vermogen dat de gemeente zonder beperkingen kan gebruiken om tegenvallers op te vangen. Dit vormt het grootste deel van de weerstandscapaciteit van Woerden. Hieronder vallen dus niet de bestemmingsreserves waarvoor in de Begroting een specifiek doel is opgenomen.
  • De algemene reserve grondbedrijf (ARG) is de reserve voor alles wat met grond te maken heeft. In theorie kunnen hiermee specifiek de risico’s ten aanzien van grondexploitaties worden gedekt. In de praktijk zet de gemeente Woerden de ARG en de algemene reserve als één geheel in.
  • Sommige bezittingen van de gemeente zijn meer waard dan hoe ze in de boekhouding zijn opgenomen. De meerwaarde van die bezittingen heten stille reserves. De gemeente Woerden waardeert deze vanwege hun speculatieve karakter op 0.
  • Het is een mogelijkheid om een post onvoorzien in de Begroting op te nemen ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven. De gemeente Woerden kiest hier niet voor.
  • Onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat de gemeente kan verkrijgen door de OZB naar 120% van het landelijk gemiddelde te verhogen. Dit niveau wordt het 'redelijk peil' genoemd. Dit is in lijn met de artikel 12-norm van het Rijk die gebruikt wordt als een gemeente in zware financiële problemen komt. Onderstaande tabel laat de nadere berekening van dit bedrag zien.

Uit het overzicht blijkt dat er aanzienlijk meer incidentele dan structurele dekking is. Dat is geen probleem: de gemeente kan ook structurele risico’s dekken vanuit incidentele budgetten. Dit gebeurt door structurele risico’s dubbel mee te laten tellen bij de berekening. De insteek is dat de impact van een risico gaandeweg afneemt doordat de gemeente maatregelen neemt. De impact is dan in het eerste jaar 100%, in het tweede jaar 75%, in het derde jaar 25% en in het vierde jaar 0. Bij elkaar is dit 200%: vandaar het ‘dubbel’ mee laten tellen. Via deze route kan de gemeente dus ook structurele risico’s dekken vanuit incidentele budgetten.

(Bedragen x € 1.000) Baten begroting 2027 Tarief OZB Totale WOZ-waarde
Eigenaren woningen 12.533 0,1056% 11.868.798
Eigenaren niet-woningen 4.635 0,3835% 1.208.634
Gebruikers niet-woningen 3.130 0,2852% 1.097.347
Totale baten 20.298 14.174.779
Art.12-norm 0,1648%
Maximale baten (0,1648% x totale WOZ-waarde) 23.360
Onderdekking rioolheffing -
Onderdekking afvalstoffenheffing -
Onbenutte ruimte (maximale totale baten) € 3.062

Risico's

Terug naar navigatie - Risico's - Risico's

Deze paragraaf biedt inzicht in het risicoprofiel van de gemeente. Dit is het geschatte totaalbedrag aan risico’s dat de gemeente loopt.

Het risicoprofiel van Woerden is verhoogd ten opzichte van de risico-inventarisatie zoals deze bij de Jaarrekening 2025 is opgesteld. De risico-inschatting voor de grondexploitaties is verhoogd van 6,2 miljoen naar 9,2 miljoen o.b.v. het MPG. Nieuwe risico’s zijn o.a. opgenomen inzake onderhoud vastgoed, accommodaties, zwembaden en Brandweerkazerne Zegveld.

Onderstaande tabel toont de belangrijkste geïnventariseerde risico’s. Dit zijn risico’s die ook na toepassing van beheersmaatregelen worden ingeschat op € 100.000 of meer én waarvoor niet al een voorziening of reserve bestaat. Samen vertegenwoordigen ze 98% van het totaal. De risico’s kleiner dan € 100.000 zijn als aparte regel onderaan de tabel opgenomen.

Program-ma Omschrijving Toelichting Beheersmaatregel Maat-regel uitge-voerd Impact (Bedrag x € 1.000) Kans I/S * Kans x omvang (Bedrag x € 1.000)
6 Grondexploitaties Binnen de grondexploitaties bestaan risico's op o.a. kostenstijgingen, lagere opbrengsten en langere exploitatieperiodes. In het MPG (Meerjarenperspectief Grondbedrijf) zijn deze risico's via een Monte Carlo simulatie berekend met een extra risico-opslag i.v.m. netcongestie. Projectbeheersing van de grondexploitaties, sturing op de (financiële) uitkomst. Ja 9.200
3 Maatwerk jeugd Toenemende kosten jeugdzorg Doordat jeugdzorgtaken ‘open einde regelingen’ zijn, is geen zekerheid te krijgen en geen grens te stellen aan het aantal aanvragen voor ondersteuning. Een specifieke oorzaak voor dit risico is dat andere organisaties dan de gemeenten (mn SAVE en de huisartsen) jeugdigen kunnen indiceren voor hulpverlening. Ook speelt hier de beperkte beschikbaarheid van aanbieders een rol, wat een opwaarts effect kan hebben op de tarieven. Trend is dat de prijzen jaarlijks harder stijgen dan de inflatiebijstelling waarvoor wij als gemeente gecompenseerd worden via de Algemene Uitkering. Beheersing via periodieke monitor sociaal domein. Bij afwijkingen worden zo mogelijk maatregelen getroffen om de kostenstijging te beperken. Ja 2.000 50% S 2.000
3 WMO Toenemende kosten door (dubbele) vergrijzing en tariefstijging. Trend is dat de prijzen jaarlijks harder stijgen dan de inflatiebijstelling waarvoor wij als gemeente gecompenseerd worden via de Algemene Uitkering. Mogelijke maatregel in het volume van de verstrekking, aantal uur per week dat Huishoudelijke hulp verstrekt wordt. Onderzoeken welke ruimte de wet biedt. Andere maatregelen onderzoeken met sociaal team. Nee 2.000 50% S 2.000
2 IBOR - Riolering Bij de Herijking Openbare Ruimte is gebleken dat de budgetten voor IBOR ontoereikend zijn. Hierdoor kunnen minder activiteiten worden uitgevoerd en komen (wettelijke) taken onder druk te staan. Met mogelijk imago schade of juridische aansprakelijkheid tot gevolg. Overschrijding voor producten waar lopende contracten met landelijke indexen zijn voorgeschreven of waar wettelijke zorgplicht dwingt tot ingrijpen ook als het budget niet toereikend is. Het aanvullend benodigde onderhoudsbudget kan worden bijgeraamd in de begroting of tussentijdse P&C producten. Binnen de afspraken met de raad is hiervoor ruimte. Ja 1.000 75% S 1.500
7 Gemeentefonds Vanaf 2023 heeft een herverdeling van het gemeentefonds plaatsgevonden, waarbij wij nadeelgemeente zijn voor € 67 per inwoner. Hierdoor is van 2023-2025 de algemene uitkering in 3 stappen verlaagd met in eerste instantie structureel € 37,50 per inwoner. Op dit 'plafond' werd het nadeel bevroren t/m 2027 om de effecten nader te analyseren. Mogelijk wordt de verdere verlaging tot € 67 per inwoner vanaf 2028 vervolgd. Door nieuwe analyses op het verdelingsmodel kan een voordelig of nadelig effect ontstaan. Geen beheersmaatregel, wel periodieke monitoring bij verschijnen nieuwe circulaires. Nee 1.500 50% S 1.500
7 Wethouderspensioenen De benodigde voorziening voor wethouderspensioenen wordt actuarieel berekend en is sterk afhankelijk van de renteontwikkelingen. Een rentedaling kan zorgen dat een aanvullende storting nodig is om de voorziening voor wethouderspensioenen weer op het benodigde niveau te krijgen. Ook de overgang van wethouderspensioenen naar het ABP kan gevolgen hebben. Geen Nee 800 50% S 800
3 Werk en inkomen Doordat de door de gemeente uitgevoerde taken op het gebied van werk & inkomen ‘open einde regelingen’ zijn, is geen zekerheid te krijgen en geen grens te stellen aan het aantal aanvragen om voor een uitkering in aanmerking te komen. Daarnaast wordt begroot op basis van een BUIG-budget dat wij van het rijk ontvangen in april van het voorgaande jaar. Dit wordt nadien nog 3x bijgesteld tot het definitieve bedrag. Dit kan zowel positief als negatief uitvallen. * Adequaat begroten door zowel Ferm Werk als gemeente * juiste ervaringscijfers genereren * prognoses opstellen * juiste informatie verwerven over arbeidsmarktontwikkelingen en instroom statushouders * actuele budgetoverzichten bijhouden * krachtige inzet op uitstroombeleid via prestatieafspraken en de opgaven werk & inkomen en integratie statushouders * scherpe analyse van de kwartaalrapportages van Ferm Werk Ja 800 50% S 800
div. Onderhoud Vastgoed Beperkt beleid, te lage onderhoudsbudgetten en bedrijfsinrichting rondom maatschappelijk accommodaties kan leiden tot extra kosten, ongeplande kwaliteitsverlaging en technische schade. Analyse van stand van zaken is deels gedaan, eerste wijzigingen zijn doorgevoerd. Lange termijn oplossing staat op de agenda. Nee 800 50% S 800
2 en 6 Urenschrijven In de begroting rekenen wij met een bepaald aantal uren dat declarabel is op investeringen, kostenverhaal en projecten. Het risico is aanwezig dat minder declarabele uren gemaakt worden dan begroot. Opstellen teamplannen, sturing op declarabele uren en herijking van werkzaamheden. Nee 400 75% S 600
2 IBOR - Meldingen Openbare Ruimte De toename in meldingen hebben een negatief effect op de effectieve inzet van middelen en personeel. Inzet van geld en capaciteit voor meldingen heeft een negatief effect op de beschikbare middelen voor regulier onderhoud. 1. Maatregelen voor het inlopen van achterstanden in onderhoud per beheerdiscipline. 2. Communicatie over vertragingen en capaciteitsproblemen, om dubbele meldingen te voorkomen. Nee 400 75% S 600
div. Accommodaties Voldoen aan arbowetgeving en BBL (Bouwbesluit) bij accommodaties waar personeel werkt. Veroudering vastgoed en functieverandering zonder vastgoedaanpassingen kan leiden tot extra kosten, gebruiksongemak en verhoging verzuim. Gebruiksinstructies, tijdelijke voorbruggingshuisvesting en versobering (deels gedaan) Nee 400 75% S 600
1 Personeel en Organisatie Kwalitatieve en/of kwantitatieve mismatch tussen gevraagde omvang en competenties van de formatie ten opzichte van de aanwezige omvang en competenties. Ook ziekteverzuim leidt tot hogere uitval van medewerkers. Dit kan ook leiden tot hoge kosten voor inhuur. Constante aandacht van het management voor omvang en de kwaliteit van de formatie en sturing op inhuur. Opleidingsmogelijkheden bieden, zoals via de Groene Hart academie. Ja 400 50% S 400
7 Rente Bij crisis/ inflatie is er kans op een rentestijging hetgeen gevolgen heeft voor de begroting Temporiseren of verminderen van investeringen en/of uitgaven. Nee 400 50% S 400
1 Continuiteit ICT voorzieningen Externe aanvallen (Hacking / DDOS-aanvallen), stroomstoringen. ICT architectuur is kwetsbaar met als gevolg een instabiele of niet werkende netwerkomgeving. Continuïteit van dienstverlening en werkprocessen komt hiermee in gevaar. 1. Aandacht voor gevaren van bijv. phishingmails in de organisatie. 2. Uitwijkmogelijkheden inrichten 3. Analyse van ICT-architectuur 4. Meer samenwerken in plaats van zelf ontwikkelen. 5. Crisisplan schrijven en oefenen crisis. 6. Aanpakken kwetsbaarheden. Ja 800 50% I 400
5 Zwembaden WoerdenSport heeft een concept begroting opgesteld voor de jaren 2026 en 2027. Hieruit komt naar voren dat WoerdenSport naar verwachting een structureel en oplopend exploitatietekort heeft van jaarlijks ca. € 700.000. Hiervan is € 350.000 verwerkt in de Voorjaarsrapportage. Het college voert overleg met WoerdenSport, stelt op basis van de verkregen informatie een nadere analyse op van het tekort op en brengt vervolgens de mogelijke beheersmaatregelen in beeld. De verwachting is daarbij echter niet dat het begrote tekort zal verdwijnen. Nee 800 50% I 400
1 Brandweerkazerne Zegveld Mogelijk extra kosten en overlast voor gebruik en omgeving Nee 800 50% I 400
4 Onderwijshuisvesting De gemeente heeft een wettelijke financiële taak ten aanzien van het herstel van constructiefouten in schoolgebouwen. Als bij de bouw van nieuwe schoolgebouwen sprake is van constructiefouten; dit kan (financiële) consequenties voor de gemeente hebben. Indien een aanvraag wordt ingediend om de vergoeding van de herstelkosten van de constructiefouten: onderzoek naar de vraag of er inderdaad sprake is van constructiefouten. Daarnaast onderzoek naar de verhaalbaarheid van de kosten op aannemer, architect en/of eventuele rechtsopvolgers. Ook onderzoek naar de rol en de verantwoordelijkheid van de school als bouwheer en van de rol van de gemeente. Nee 1.000 25% I 250
5 Tijdelijke huisvesting schoollocaties In het nieuwe IHP is de fasering voor nieuwbouw van scholen zo opgesteld dat alleen voor de St. Bavoschool tijdelijke huisvesting benodigd is. Indien de uitvoering qua planning toch anders verloopt bestaat het risico dat er toch voor een aantal scholen tijdelijke huisvesting benodigd is. Monitoring Ja 400 25% S 200
3 Inkoop Jeugdzorg Vanaf 2027 verloopt de inkoop van jeugdzorg via een nieuwe Gemeenschappelijke Regeling met een eigen bestuur. De kosten hiervan zullen hoger liggen dan in de huidige situatie. Geen Nee 200 50% S 200
6 Claims ivm ruimtelijke ontwikkelingen Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot claims bij de gemeente, die niet altijd verlegd kunnen worden naar ontwikkelende partijen. Geen Nee 400 25% I 100
7 Leningen / Garantiestellingen De gemeente staat garant voor leningen aan instellingen met een maatschappelijk belang. Uitstaande leningen worden mogelijk niet terugbetaald of uitstaande garanties worden aangesproken doordat de betreffende partij in financiële problemen komt. Een groot deel van de garantiestellingen heeft betrekking op leningen aan woningcorporaties die via het WSW worden geborgd. Als gemeente hebben wij hierbij een achtervangpositie. Geen Nee 2.000 5% I 100
2 IBOR - Openbare verlichting Een deel van het verlichtingsareaal is sterk verouderd en de constructieve veiligheid is niet inzichtelijk. Lichtmasten ouder dan 40 jaar worden op basis van kriticiteit geprioriteerd en in een vervangingsprogramma opgenomen. Ja 400 25% I 100
Overhead Juridische zaken Juridische kwaliteit van het handelen van de gemeente voldoet niet; kwaliteitsnormen worden niet altijd gehaald en regelgeving is niet (volledig) actueel, de gemeente voldoet niet aan alle wet- en regelgeving door achterstand implementatie wet- en regelgeving. Geen/minimale inzet op juridische kwaliteitszorg Geen Nee 400 25% I 100
6 Legesopbrengsten Teruglopende bouwactiviteiten of uitstel van projecten kunnen leiden tot lagere opbrengsten van bouwleges. Geen Nee 400 25% I 100
2 IBOR - Elektrische installaties De elektrische installaties van de gemeente (ook buiten IBOR) zijn niet aantoonbaar elektrisch veilig. Veilig werken cf. de regelgeving is niet mogelijk doordat geen Installatieverantwoordelijke binnen de gemeente is aangewezen en er geen handboek voor aanwezig is. Geen Nee 1.000 5% S 100
7 Verbonden Partijen Onvoldoende grip op verbonden partijen (zowel geld als beleid), mede door beperkte invloed door minderheidspositie. Betere lobby cq inschatting gevolgen van meerderheidsbesluiten Nee 200 25% S 100
Subtotaal risico’s groter dan of gelijk aan € 100.000 23.750
Subtotaal risico’s kleiner dan € 100.000 250
Totaal risico’s 24.000

Niet kwantificeerbare risico's

Terug naar navigatie - Risico's - Niet kwantificeerbare risico's

Niet alle risico’s zijn uit te drukken in geld. Dat wil niet zeggen dat zulke risico’s de gemeente niet kunnen schaden. Denk hierbij met name aan gebeurtenissen die imagoschade tot gevolg hebben, zoals bijvoorbeeld datalekken of achterstallig onderhoud van wegen. Het spreekt voor zich dat dergelijke risico’s om beheersmaatregelen vragen wanneer de impact ervan groot kan zijn. Het gaat bijvoorbeeld om:

  • Juridische risico's / aansprakelijkheidsstelling
  • Gewenste maatschappelijke effecten van het beleid worden niet bereikt
  • Fraude- en integriteitsrisico's
  • Continuïteitsrisico's

Net als elke organisatie loopt de gemeente Woerden risico op fraude. Hiervoor is een frauderisicoanalyse uitgevoerd en wordt in de organisatie aandacht besteed aan het onderwerp integriteit.

Het ‘continuïteitsrisico’ is de kans dat de gemeente haar essentiële taken niet meer kan uitvoeren. Deze is momenteel beperkt gezien het positieve structurele Begrotingssaldo. Bovendien kennen gemeenten altijd het ‘vangnet’ van een artikel 12-status, waardoor de gemeente onder financiële curatele van het Rijk komt te staan (en dus niet failliet kan gaan). Aandachtspunt hierbij is wel de ontwikkeling van de schuldquote.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen - Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de financiële buffer van de gemeente en de financiële risico’s die ze loopt. Het laat zien in hoeverre de gemeente risico’s kan opvangen zonder direct te hoeven bezuinigen of beleid uit te stellen. De berekening is als volgt:

Weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit.

In de Financiële Verordening is afgesproken dat het weerstandsvermogen minimaal op 1,4 moet liggen. Oftewel: de financiële buffer van de gemeente moet minimaal 1,4 keer groter zijn dan de financiële risico’s die ze loopt. Door deze marge te nemen, is de gemeente beter in staat om risico’s op te vangen.

Het totaalbedrag aan kwantificeerbare risico’s bedraagt € 24.000.000. 

Uit de tabel blijkt dat er voor de risico’s voldoende dekking is vanuit de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bedraagt 2,6 (inclusief onbenutte belastingcapaciteit) en 2,5 (exclusief onbenutte belastingcapaciteit). Ook de komende jaren blijft het weerstandsvermogen naar verwachting boven de norm.

Bedragen x € 1.000 Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Beschikbare weerstandscapaciteit (excl. onbenutte belastingcapaciteit) 59.853 60.821 59.428 58.716 58.616 58.616
Beschikbare weerstandscapaciteit (incl. onbenutte belastingcapaciteit) 62.370 63.338 62.490 61.778 61.678 61.678
Totaal Risico's 19.100 20.000 24.000 24.000 24.000 24.000
Benodigde weerstandscapaciteit (risico's x 1,4%) 26.740 28.000 33.600 33.600 33.600 33.600
Weerstandsvermogen (excl. onbenutte belastingcapaciteit) 3,1 3,0 2,5 2,4 2,4 2,4
Weerstandsvermogen (incl. onbenutte belastingcapaciteit) 3,3 3,2 2,6 2,6 2,6 2,6

Kengetallen

Terug naar navigatie - Kengetallen - Kengetallen

Deze paragraaf gaat in op zes financiële kengetallen. Samen geven deze inzicht in de brede financiële positie van de gemeente, oftewel: hoe financieel gezond de gemeente is. Elk kengetal kent een aantal signaalwaarden die laten zien hoe veel of weinig risico de gemeente loopt. De signaalwaarden zijn vastgesteld in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader van de provincie. Hieronder volgt eerst een duiding van de huidige status van de kengetallen. Vervolgens zijn de kengetallen stuk voor stuk nader uitgelegd. 

In de begroting 2025 werd uitgegaan van een schuldquote van 116%. In de jaarrekening komt deze uit op 76%. Deze ontwikkeling komt niet onverwacht: ook bij de jaarrekening 2024 en bij de begroting 2026 zagen we al een dalende trend in de schuldquote. De daling komt doordat enerzijds de schuld veel lager uitvalt dan begroot (-/- € 50 miljoen) door onder andere een achterblijvend investeringsniveau. Aan de andere kant blijven de totale baten ook harder groeien dan waar in de begroting rekening mee was gehouden (+ € 36 miljoen). Uitgangspunt blijft dat we sturen op een schuldquote die onder de 130% blijft. 

Kengetal Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
a1. netto schuldquote 76% 103% 105% 110% 117% 119%
a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 75% 103% 105% 110% 117% 119%
b. solvabiliteitsratio 29% 26% 26% 25% 24% 24%
c. grondexploitatie -2% -3% 5% 6% 8% 10%
d. structurele exploitatieruimte 3,9% 4,0% 1,4% 0,6% 0,3% 1,0%
e. belastingcapaciteit 111% 118% 125% 125% 125% 125%

Onderstaande tabel laat de signaleringswaarden zien.

Signaleringswaarden Minste risico Neutraal Meeste risico
a1. netto schuldquote < 90% 90 - 130% > 130%
a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen < 90% 90 - 130% > 130%
b. solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20%
c. grondexploitatie < 20% 20 - 35% > 35%
d. structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
e. belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105%

a. netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote is de verhouding tussen de gemeentelijke schulden en jaarlijkse baten. Hoe hoger de schuldquote, hoe zwaarder de rentelasten en aflossingen drukken op de begroting. Bij een kengetal 130% is de schuld van de gemeente 1,3 keer zo hoog als de jaarlijkse baten.

Bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen worden de leningen van de gemeente aan derden niet meegenomen in de berekening. 

b. solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Hoe lager de solvabiliteitsratio, hoe financieel kwetsbaarder de gemeente is. Bij een kengetal van 20% heeft de gemeente 80% van haar bezittingen met schulden gefinancierd.

c. grondexploitatie
De grondexploitatie is de verhouding tussen de boekwaarde van de gemeentelijke bouwgronden in exploitatie en de totale jaarlijkse totale baten. Hoe hoger de boekwaarde, hoe meer geld van de gemeente er in ‘grond’ zit en hoe kwetsbaarder de gemeente is voor bijvoorbeeld waardedalingen. Bij een kengetal van 35% bedraagt de totale waarde van de gemeentelijke grond 35% van de jaarlijkse totale inkomsten van de gemeente.

d. structurele exploitatieruimte
De structurele exploitatieruimte is de verhouding tussen de structurele baten en de structurele lasten. De incidentele baten en lasten worden hiervoor buiten beschouwing gelaten. Bij een kengetal van 0% of hoger heeft de gemeente een structureel sluitende begroting. Als het kengetal negatief is, zijn er onvoldoende structurele baten om de lasten te blijven dragen.

e. belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit is de verhouding tussen de gemeentelijke belastingdruk en landelijk gemiddelde belastingdruk. Hoe hoger de belastingcapaciteit, hoe meer de gemiddelde Woerdenaar kwijt is aan OZB, afvalstoffen- en rioolheffing ten opzichte van de gemiddelde Nederlander. Het geeft daarmee een indicatie van de ruimte die er is om de belastingen te verhogen. Tegelijkertijd vormt de belastingcapaciteit geen ‘harde’ grens; de hoogte van belastingen is een politieke beleidskeuze.