Paragraaf 4 Financiering

2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

De wet Financiering decentrale overheden (wet Fido) vormt het wettelijk kader. Het doel van deze wet is het bevorderen van de kredietwaardigheid en de transparantie van het financieringsbeleid. Daarvoor zijn in de wet kaders gesteld voor een verantwoorde inrichting en uitvoering van de financieringsfunctie van de decentrale overheden, zoals de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De gemeente heeft een treasurystatuut; de meest recente versie is door de raad vastgesteld in januari 2024.  Het treasurystatuut heeft als doel om sturing te geven aan de treasuryfunctie en binnen de wettelijke kaders de financiële risico’s te beperken.

In de wet Houdbare overheidsfinanciën (wet Hof) is opgenomen dat het Rijk en de medeoverheden een gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de begrotingseisen te respecteren. De gelijkwaardige inspanning wordt uitgedrukt in een macronorm voor het EMU-saldo van de medeoverheden gezamenlijk.

Gemeenten, provincies, waterschappen en openbare lichamen ingesteld op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht tot deelname aan schatkistbankieren, wat inhoudt dat zij hun liquide middelen moeten aanhouden bij de schatkist van het Rijk. Verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden is ingesteld om de overheidsschuld terug te dringen. Het rekening-courantsaldo bij de Bank Nederlandse Gemeenten wordt afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van het Rijk.

Het treasurybeleid van de gemeente is erop gericht de rentelasten zo veel als mogelijk te beperken door op het juiste moment leningen aan te trekken of gelden uit te zetten op basis van de liquiditeitsprognose en de actuele renteontwikkeling.

3. Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 3. Ontwikkelingen

Financieringspositie
Het geïnvesteerd vermogen, dat zijn de boekwaarden van alle geactiveerde investeringen (inclusief voorraden), bedraagt per 1 januari 2026 € 290 miljoen. Het schuldrestant van de aangetrokken langlopende geldleningen bedraagt per 1 januari 2026 € 170 miljoen en de stand van de eigen reserves en voorzieningen € 115 miljoen, exclusief verliesvoorziening.

Risicobeheer
Onder risico’s wordt begrepen: rente-, krediet-, liquiditeits- en valutarisico’s. Deze spelen in Woerden als volgt een rol:

  • De te beheersen renterisico’s op grond van de Wet Fido uiten zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide instrumenten beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan de korte en lange schuld. Deze worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.
  • Valutarisico’s spelen geen rol. Transacties in vreemde valuta doen zich niet voor en de gemeente neemt alleen deel in het aandelenvermogen van twee (semi-)overheidsgerichte instellingen, namelijk Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens. Dit aandelenbezit is echter niet gebaseerd op winstoogmerk c.q. speculatieve doeleinden. Het risico van deze aandelen beoordelen we als verwaarloosbaar. De aandelen worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs.
  • De kredietrisico’s zijn zeer gering. De risico’s die voortvloeien uit een mogelijke waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het (niet) tijdig kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij (kredietrisico) worden in het Treasurystatuut geregeld conform de eisen die de Wet Fido stelt.

4. Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4. Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarvoor kortlopende middelen mogen worden aangetrokken op de geldmarkt. Dit maximum bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) met een minimum van € 300.000. De kasgeldlimiet wordt voor 2027 geraamd op € 17,8 miljoen.

In onderstaande tabel is informatie opgenomen over de verwachte kasgeldlimiet. Bij het structureel overschrijden van de kasgeldlimiet dienen maatregelen genomen te worden zoals het aantrekken van langlopende geldleningen en/of het beperken van het aangaan van de korte schuld.

Grondslag (bedragen x € 1.000) Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Begrotingsomvang (totale lasten excl. mutaties reserves) 209.310 210.485 207.406 202.792
Toegestane kasgeldlimiet
- in procenten 8,5 8,5 8,5 8,5
- in bedrag 17.791 17.891 17.630 17.237

5. Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 5. Renterisiconorm

Het renterisico op de vaste schuld is de mate waarin het saldo van de rentelasten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van een jaar of langer. Om dit risico te beperken, schrijft de wet voor dat herfinanciering jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één jaar te voorkomen. Indien wordt afgeweken van de renterisiconorm kan ontheffing worden verleend. Als bij afwijkingen de toezichthouder wordt geïnformeerd en ontheffing wordt verkregen, handelt de gemeente rechtmatig. Afwijking van de renterisiconorm is niet aan de orde voor de gemeente Woerden.

Grondslag Begroting Begroting Begroting Begroting
(bedragen x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Begrotingsomvang (excl. mutaties 209.310 210.485 207.406 202.792
reserves)
Toegestane renterisiconorm
- In procenten 20% 20% 20% 20%
- In bedrag, maximum 41.862 42.097 41.481 40.558
- In bedrag, minimum (wettelijk bepaald) 2.500 2.500 2.500 2.500
Renterisico
- Renteherziening 0 0 0 0
- Aflossing 8.266 8.636 9.898 9.826
Renterisiconorm
Toets renterisiconorm
- Toegestane renterisiconorm 41.862 42.097 41.481 40.558
- Begroot renterisico 8.266 8.636 9.898 9.826
Onderschrijding renterisiconorm € 33.596 € 33.461 € 31.583 € 30.732
Overschrijding renterisiconorm 0 0 0 0

6. Renteresultaat op treasury

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 6. Renteresultaat op treasury

Het BBV geeft als aanbeveling om in de financieringsparagraaf het renteresultaat op treasury op te nemen. Met onderstaand overzicht volgen we de aanbeveling. 

Werkelijk Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2025 2026 2027 2028 2029 2030
a1. externe rentelasten lange financiering 2.482 2.669 2.214 2.451 2.956 3.220
a2. externe rentelasten korte financiering 1 0 0 0 0 0
a3. rente spaargelden 11 30 15 0 0 0
b. rentebaten -384 -4 -4 -4 -4 -4
totaal a+b 2.110 2.695 2.225 2.447 2.953 3.216
c1. rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -88 60 217 172 152 152
c2. rente projectfinanciering door te berekenen taakvelden 0 0 0 0 0 0
totaal c -88 60 217 172 152 152
Saldo door te berekenen externe rente (a+b+c) 2.022 2.755 2.443 2.619 3.105 3.369
d1. rente over reserves 0 0 0 0 0 0
d2. rente over voorzieningen 0 0 0 0 0 0
totaal d 0 0 0 0 0 0
e. aan taakvelden door te berekenen externe rente (a+b+c+d) 2.022 2.755 2.443 2.619 3.105 3.369
f. werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 2.816 3.119 1.461 1.605 1.623 1.664
Renteresultaat op treasury (e-f) -794 -364 982 1.014 1.483 1.705
Renteomslagpercentage 1,00% 1,00% 0,50% 0,50% 0,50% 0,50%

7. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 7. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille

Voor de bepaling van de financieringspositie zijn de financieringsbehoefte (geïnvesteerd vermogen in de bestaande en nieuwe vaste activa) en de financieringsmiddelen (opgenomen langlopende leningen, reserves en voorzieningen) van belang. Het verloop van de financieringspositie over de jaren 2025 tot en met 2030 is opgenomen in onderstaande tabel.

Financieringspositie per 31-12 Jaarrekening Prognose Begroting Begroting Begroting Begroting
(bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Financieringsbehoefte
Investeringen 289.082 286.713 321.722 329.376 338.573 335.622
Financiële vaste activa 1.036 928 928 928 928 928
Voorraden (incl. grondexploitaties) -2.514 8.920 12.795 15.684 18.782 22.600
Totaal financieringsbehoefte (1) 287.604 296.561 335.445 345.988 358.283 359.150
Financieringsmiddelen
Reserves 98.430 97.341 95.666 94.423 93.675 92.925
Voorzieningen 16.687 17.787 18.925 20.547 22.007 23.432
Opgenomen langlopende leningen 172.549 160.553 163.258 173.044 174.698 183.319
Totaal financieringsmiddelen (2) 287.666 275.681 277.849 288.014 290.380 299.676
Financieringssaldo (2-1) 62 -20.880 -57.596 -57.974 -67.903 -59.474

De financieringsbehoefte van de gemeente wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsprognose. Op basis van de verwachte baten en lasten (kasstromen) wordt een schatting gemaakt van het verwachte liquiditeitsverloop. Voor een goede liquiditeitsplanning is vooral inzicht nodig in de financiële planning van grote projecten en investeringen.  In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de portefeuille aan langlopende leningen weergegeven.

Overzicht langlopende leningen Jaarrekening Prognose Begroting Begroting Begroting Begroting
(bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Beginstand per 1 januari 180.561 169.999 160.553 163.258 173.044 174.698
Nieuwe geldleningen - - 10.971 18.422 11.552 18.447
Aflossingen 10.562 9.446 8.266 8.636 9.898 9.826
Eindstand per 31 december 169.999 160.553 163.258 173.044 174.698 183.319

Het verloop van het saldo van de langlopende geldleningen  van de laatste 10 jaar en de hieraan gekoppelde gemiddelde rentepercentages zijn in onderstaande tabel opgenomen. In 2026 wordt geen nieuwe lening aangetrokken. 

Datum saldo langlopende leningen (x € 1.000) gemiddelde rente omslag percentage
01/01/2015 97.159 3,16% 3,75%
01/01/2016 88.418 3,52% 3,75%
01/01/2017 89.656 3,51% 3,75%
01/01/2018 94.872 3,22% 3,22%
01/01/2019 142.832 2,17% 2,20%
01/01/2020 146.826 2,04% 2,00%
01/01/2021 162.653 1,78% 2,00%
01/01/2022 166.594 1,44% 1,50%
01/01/2023 173.020 1,31% 1,50%
01/01/2024 193.840 1,47% 1,50%
01/01/2025 180.561 1,42% 1,00%
01/01/2026 170.000 1,39% 1,00%

De afgesloten leningen van de laatste tien jaar zijn in onderstaande tabel opgenomen.

jaar bedrag rente
(x € 1.000)
2014 10.000 2,06%
2014 10.000 1,61%
2016 10.000 0,75%
2017 15.000 1,47%
2018 10.000 -0,33%
2018 15.000 1,31%
2018 2.119 0%
2018 30.000 1,41%
2019 25.000 0,69%
2020 30.000 0,72%
2021 17.000 0,45%
2022 28.000 1,03%
2022 35.000 2,50%
2023 - -
2024 - -
2025 - -
2026 - -

8. Uitgangspunten

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 8. Uitgangspunten

In de meerjarenbegroting 2027-2030 is rekening gehouden met de volgende rentepercentages:

  • Rente-omslagpercentage 0,50 %
  • Rente nieuwe investeringen 3,50 %
  • Rente grondbedrijf 1,00 %

De netto-rentelasten die de gemeente verschuldigd is voor de aangetrokken geldleningen worden via het rente-omslagpercentage verdeeld over de programma's. De toerekening vindt plaats op basis van de boekwaarde van de materiële vaste activa. De rente wordt berekend op basis van de boekwaarde op  1 januari van het boekjaar. 

9. Verwachting

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 9. Verwachting

Prognoses over de rente hebben beperkte waarde. De huidige geopolitieke situatie bevestigt dit nog eens. De rente op de geld- en kapitaalmarkt is al enige tijd aan het stijgen, na een relatief lange periode van historisch lage rente. Voor de komende jaren verwachten wij geen grote rentestijgingen. Voor nieuwe geldleningen gaan we in de begroting uit van 3,5% rente, gebaseerd op de gemiddelde rentepercentages bij verschillende looptijden gedurende de eerste drie maanden van 2026.