Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

1. Wat is het doel van deze paragraaf?

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 1. Wat is het doel van deze paragraaf?

De gemeente is eigenaar en beheerder van kapitaalgoederen (assets) in de openbare ruimte. Met deze kapitaalgoederen, waaronder wegen, riolering, water, groen, constructies en gebouwen, biedt de gemeente ruimte voor activiteiten zoals wonen, werken en recreëren. Het beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen brengt jaarlijks aanzienlijke kosten met zich mee. Daar staat tegenover dat deze kapitaalgoederen een belangrijke waarde vertegenwoordigen en een substantieel deel vormen van het gemeentelijk vermogen.

Deze paragraaf bundelt de informatie over de gemeentelijke kapitaalgoederen. Het geeft een overzicht van:

  1. Het beleidskader (verplichting BBV).
  2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties (verplichting BBV).
  3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting (verplichting BBV).
  4. Het achterstallig onderhoud (verplichting Notitie materiële vaste activa van de Commissie BBV).
  5. De voortgang en ontwikkelingen.
  6. De risico’s.

De financiële consequenties moeten zijn gebaseerd op reële ramingen, volgens de Gemeentewet. Daarnaast wordt de gemeente op basis van het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) beoordeeld op de mate waarin wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving en het door de raad vastgestelde beleid. Ook wordt getoetst of de financiële effecten hiervan volledig en correct zijn verwerkt in de begroting. Deze paragraaf verschaft voor deze toetsing de belangrijkste informatie.

De totale lijst met te behandelen kapitaalgoederen is:

  • Wegen (verplichting BBV)
    • Asfaltverharding
    • Elementenverharding
    • Verkeerskundige bebording
    • Straatreiniging
    • Gladheidbestrijding

  • Riolering (verplichting BBV)
    • Riolering
    • Gemalen

  • Water (verplichting BBV)
    • Watergangen, vijvers, singels, plassen
    • Baggeren

  • Groen (verplichting BBV)
    • Bomen
    • Beplanting
    • Gras

  • Constructies
    • Vaste en beweegbare bruggen
    • Onderdoorgangen
    • Beschoeiingen, kademuren en damwanden

  • Meubilair
    • Speelvoorzieningen
    • Recreatiefmeubilair

  • Installaties
    • Openbare verlichting
    • Verkeersregelinstallaties
    • Electrakasten

  • Gebouwen (verplichting BBV)

De omvang van de kapitaalgoederen is altijd in ontwikkeling. In onderstaande tabel is weergegeven welke ontwikkeling er is geweest tussen 2024 en 2025. Wijzigingen in het te beheren areaal hebben invloed op de onderhoudskosten. Omvorming van bestaand areaal van het ene naar het andere kapitaalgoed leidt doorgaans tot beperkte financiële effecten. Uitbreiding van het areaal leidt daarentegen tot hogere onderhoudskosten. In deze paragraaf worden de areaaluitbreidingen voor 2025 en de bijbehorende dekking in de begroting beschouwd. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat kleine areaalontwikkeling het gevolg kunnen zijn van verbetering van de data. Het traject ‘Data op orde’ en de daaruit volgende verbeteringen moet op de lange termijn zorgen voor meer consistente data.

Kapitaalgoed Areaal 01-01-2026 Mutatie t.o.v. 1-1-2025 Financieel gedekt
Wegen 2.860.000 m2 0% Nee
Constructies - Bruggen, onderdoorgangen en pontjes 341 st 0% Nee
Constructies - Oeverconstructies 130.000 m1 -1% Nee
Constructies - Duikers 10.000 m1 0% Nee
Constructies - Vlonders en steigers 1.800 m2 -1% Nee
Groen - Grassen en beplantingen 3.150.000 m2 1% Nee
Groen - Bomen 32.600 st 0% Nee
Riolering - Vrijverval 311.600 m1 0,1 Ja
Water 2.050.000 m2 3% Nee
Meubilair – Speeltoestellen 1.035 st 0% Nee
Installaties - Openbare verlichting 11.500 st 0% Nee
Installaties - Verdeelkasten 14 st 0% Nee

2. Beleid per kapitaalgoed

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 2. Beleid per kapitaalgoed

Het beleidskader van de gemeente bevindt zich momenteel in een transitiefase. Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden bestaande beleidsplannen omgezet naar de nieuwe wettelijke instrumenten: de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Voor een deel van de kapitaalgoederen zijn in het verleden geen beleidsplannen opgesteld. De beleidskeuzes die de raad of het college van B&W binnen de nieuwe instrumenten maakt, kunnen verschillen per kapitaalgoed of gebied en vormen het kader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen. In onderstaande tabel is per kapitaalgoed aangegeven binnen welk beleidsplan of omgevingsprogramma deze valt en of dit plan of programma vastgesteld is.

Op basis van de informatie uit te tabel is te concluderen dat het beleid voor de kapitaalgoederen nog niet op orde is. Wel is tijdens de Herijking Openbare Ruimte (2024-2026) een (tijdelijk) integraal beleidskader voor het beheer van de openbare ruimte vastgesteld:

Raadsbesluit Vaststelling methodiek Herijking Openbare Ruimte (D/24/164995) met daarbij de vaststelling van:

    • de ambitie en doelen nota gemeente Woerden (D/24/164984);
    • de bedrijfswaardenmatrix gemeente Woerden (D/24/164985);
    • de methodiek Kriticiteitsbepaling defaultversie (D/24/164986).

Raadsbesluit scenario B/3 Herijking Openbare Ruimte (D/25/177406) met daarbij de spelregels:

    • niveau B/3 ‘sober en doelmatig’;
    • voor 2025 en 2026 geldt voor alle Woerdense Waarden dezelfde weging. Een eventuele herijking wordt in 2026 met de raad besproken;
    • de IBOR-exploitatiebegroting blijft in 2026 € 7,4 miljoen (exclusief inflatie). Vanaf 2027 wordt het budget jaarlijks opnieuw bepaald aan de hand van uitvoeringsplannen;
    • er wordt geen extra budget beschikbaar gesteld voor het wegwerken van de onderhoudsachterstand op niveau B/3;
    • het beschikbare budget wordt ingezet voor kritische, zeer kritische en extreem kritische assets. Overige assets worden niet geprioriteerd;
    • noodzakelijke uitgaven boven € 150.000 aan matig kritische assets worden vooraf aan de raad voorgelegd via een begrotingswijziging;
    • over omvorming of afstoting van niet- en licht kritische assets wordt de raad vooraf geïnformeerd, inclusief eventuele begrotingswijziging voor compensatie (vanaf € 50.000 per jaar).

De kaders uit de Herijking Openbare Ruimte zijn overgenomen in het Strategisch Assetmanagement Plan (SAMP). Hierin wordt beschreven hoe organisatiedoelstellingen worden vertaald naar assetmanagementdoelstellingen (kritieke prestatie-indicatoren, KPI's), hoe assetmanagementplannen worden opgesteld en hoe de assetmanagementsystematiek bijdraagt aan het realiseren van deze doelstellingen. De KPI’s zijn:

  • Beheren op B/3 niveau
  • Objecten voldoen aan de wettelijke veiligheidsnormen
  • Inspecties worden uitgevoerd binnen de gestelde normtijd
  • Werken volgens planning
  • Verhouding gepland vs. gerealiseerd budget

Dit SAMP is op 17 maart 2026 vastgesteld met het Raadsbesluit Vaststellen Strategisch Assetmanagement Plan (SAMP) (D/25/208864).

Vervolgstappen
De komende jaren wordt gewerkt aan het opstellen van een integraal omgevingsprogramma openbare ruimte, waarin de kaders van de herijking openbare ruimte worden meegenomen. In het beleidsprogramma stellen we verder een heldere prioritering van opgaven, meetbare doelen en concrete maatregelen op om duidelijke keuzes te maken over het gebruik van de beschikbare ruimte en middelen. Zo zorgen we voor eenduidig beleid en houden we grip op de betaalbaarheid van onze openbare ruimte, nu en in de toekomst. 

Kapitaalgoed Beleidsplan Omgevingsprogramma Tijdelijk kader
Aanwezig Naam Looptijd Aanwezig Naam Looptijd Aanwezig Naam Kwaliteitsniveau
Wegen Nee - - Nee Omgevingsprogramma openbare ruimte - Ja Strategisch Asset-management Plan Niveau B (CROW) en Conditiescore 3 (NEN2767) voor extreem kritische, zeer kritische en kritische
Constructies Nee - - Nee Omgevingsprogramma openbare ruimte - Ja
Groen Nee - - Nee Omgevingsprogramma openbare ruimte - Ja
Riolering Ja Beleidsplan gemeentelijk water en klimaatbestendig 2023-2027 Nee Omgevingsprogramma openbare ruimte - Ja
Water Ja Beleidsplan gemeentelijk water en klimaatbestendig 2023-2027 Nee Omgevingsprogramma openbare ruimte - Ja
Water Ja Baggerplan 2026-2025 Nee Omgevingsprogramma openbare ruimte - Ja
Meubilair Nee - - Nee Omgevingsprogramma openbare ruimte - Ja
Installaties Nee - - Nee Omgevingsprogramma openbare ruimte - Ja

3. Beheer per kapitaalgoed

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3. Beheer per kapitaalgoed

Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte wordt uitgevoerd binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders. De vertaling van deze beleidskaders naar de praktijk wordt vastgelegd in beheerplannen. Actuele beheerplannen dragen bij aan een goede risicobeheersing, geven inzicht in de financiële positie en vormen de basis voor een realistische onderbouwing van de benodigde middelen. Conform de BBV moeten de hieruit voortvloeiende financiële gevolgen verwerkt worden in de begroting.

De inhoud van de beheerplannen is binnen de gemeente op een logische wijze verdeeld over verschillende plannen:

  1. Strategisch Assetmanagementplan (SAMP)
    Zoals eerder benoemd is het SAMP een eerste vertaling van de beleidskaders. Hierin wordt beschreven hoe organisatiedoelstellingen worden vertaald naar assetmanagementdoelstellingen (kritieke prestatie-indicatoren, KPI's), hoe assetmanagementplannen worden opgesteld en hoe de assetmanagementsystematiek bijdraagt aan het realiseren van deze doelstellingen.
  2. Instandhoudingsplannen (IHP's)
    In een IHP wordt per asset of assetgroep vastgelegd welke activiteiten, mensen, middelen en tijd nodig zijn om de gestelde KPI's te behalen. Een belangrijk resultaat hiervan is een monodisciplinaire werklijst per asset of assetgroep.
  3. Programmering Openbare Ruimte (Programmering)
    Binnen de Programmering worden de monodisciplinaire werklijsten onderling en op de vastgestelde ambities en de beschikbare budgetten afgestemd. Dit resulteert in:
  • Meerjarig Onderhoudsprogramma: multidisciplinaire onderhouds- en ambitieprojecten.
  • Jaarplan Openbare Ruimte: monodisciplinaire onderhoudsprojecten.
  • Achterstandslijst: lijst met locaties waar op basis van inspecties of andere indicatoren sprake is van een onderhoudsachterstand maar die niet kunnen worden opgepakt binnen de huidige begroting.

Onderstaande tabel geeft per kapitaalgoed weer welk beheerplan van toepassing is en of dit aanwezig is. 

Kapitaalgoed Beheerplan
Aanwezig Naam Looptijd Financiële vertaling in paragraaf
Wegen Ja* Instandhoudingsplan Wegen 2026-2029 Nee
Constructies Ja* Instandhoudingsplan Constructies 2026-2029 Nee
Groen Ja* Instandhoudingsplan Groen 2026-2029 Nee
Riolering Ja* Instandhoudingsplan Riolering 2026-2029 Ja
Water Ja* Instandhoudingsplan Groen 2026-2029 Nee
Instandhoudingsplan Riolering
Meubilair Ja* Instandhoudingsplan Meubilair 2026-2029 Nee
Installaties Ja* Instandhoudingsplan Installaties 2026-2029 Nee
* op moment van schrijven is de planning dat de plannen worden afgerond en vastgesteld in 2026

Kwaliteitsniveau en achterstand
Het voldoen aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau geeft sturing aan het beheer en onderhoud. Wanneer onderhoud niet tijdig wordt uitgevoerd kan achterstallig onderhoud ontstaan. Bij achterstallig onderhoud voldoet een kapitaalgoed niet meer aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau of aan de wettelijke normen. Wanneer onderhoud niet kan worden uitgevoerd maar het kapitaalgoed blijft voldoen aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau en de wettelijke normen, is er sprake van uitgesteld onderhoud. Op basis van de vastgestelde beleidskaders is binnen de gemeente sprake van achterstallig onderhoud wanneer een kapitaalgoed niet voldoet aan de KPI's 'Beheer op B/3-niveau' en/of 'Voldoen aan wettelijke veiligheidsnormen'. Voor deze KPI’s worden globaal twee beoordelingscriteria aangehouden:

1.      De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR) van CROW
Deze catalogus bevat de beeldmeetlatten voor het onderhoud van de openbare ruimte en kijkt naar hoe schoon of heel de kapitaalgoederen zijn.

2.      Technische normeringen
Voor de verschillende kapitaalgoederen zijn verschillende landelijke normeringen opgesteld waarmee de technische staat van het kapitaalgoed wordt bepaald. Veel gebruikte normeringen zijn de NEN2767 (conditiescore voor infrastructuur), NEN3140 (veiligheid van elektrische installaties), Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (veiligheid speeltoestellen) en de CROW 146/147 (visuele inspectie verhardingen).

Bij de resultaten van de beeldmeetlatten van de KOR moet als kanttekening worden geplaatst dat de beeldmeetlat voor het beoordelen van de zetting niet is gemeten. Ontbrekende data zorgt ervoor dat dit tot op heden niet gemeten kan worden.

Artikel 44, lid 1a, van het BBV schrijft voor dat voor achterstallig onderhoud een herstelplan wordt opgesteld en een voorziening wordt gevormd. Daarnaast bepaalt de Notitie Materiële Vaste Activa dat deze voorziening direct en volledig moet worden gevormd.

Onderstaande tabel geeft per kapitaalgoed weer wat de norm van de KPI is voor het bepalen van het kwaliteitsniveau, wat het behaalde niveau is in 2025, wat de afwijking is tussen de norm en het behaald niveau, de trendontwikkeling ten opzichte van 2024.

Kapitaalgoed Kwaliteitsniveau
KPI Norm Niveau 2025 Afwijking Trend (t.o.v. 2024)
Wegen - verharding CROW KOR ≥90% niveau B 95% 5% -1%
CROW 146/147* ≥90% niveau B 90% 0% zelfde inspectiegegevens
Wegen - bebording CROW KOR ≥90% niveau B 88% -2% -4%
Constructies CROW KOR ≥90% niveau B 93% 3% -3%
NEN2767 ≥90% score 3 Niet inzichtelijk - -
Groen - gras CROW KOR ≥90% niveau B 91% 1% -1%
Groen – bomen CROW KOR ≥90% niveau B 86% -4% -7%
Groen - beplanting CROW KOR ≥90% niveau B 91% 1% -4%
Riolering CROW KOR ≥90% niveau B 86% -4% 1%
Riolering - gemalen NEN3140 100% ±95% ±-5% 5%
Water CROW KOR ≥90% niveau B 100% 10% 1%
Meubilair CROW KOR ≥90% niveau B 95% 5% 3%
Warenwet 0% bevindingen met prioriteit 1-3 0% 0% 0%
Installaties – openbare verlichting CROW KOR ≥90% niveau B 93% 3% -2%
NEN3140 100% 100% 0% 0%
Installaties – verdeelkasten CROW KOR ≥90% niveau B 93% 3% 2%
NEN3140 100% 100% 0% 0%
Installaties - Verkeersregelinstallaties CROW KOR ≥90% niveau B Niet inzichtelijk - -
NEN3140 100% 100% 0% 0%
* 2 jaarlijkse inspectie, even jaren (’22, ’24, ’26, etc.)

Hierna wordt per kapitaalgoed aangegeven of er sprake is van achterstalligheid of uitgesteld werk, wat de eventuele omvang is, of een er een herstelplan is en wat en de risico’s zijn.

Wegen – verharding

o   Status: Achterstalligheid in groot onderhoud en vervanging

o   Oorzaak: Onvoldoende middelen om de 10% achterstand aan te pakken

o   Fysieke omvang: 100.000–150.000m2

o   Financiële omvang: 10-15mln.

o   Herstelplan: Nee

o   Risico’s: Claims, letselschade, afsluitingen, noodreparaties, mindering beschikbaarheid

Wegen – bebording

o   Status: Uitgesteld werk t.a.v. dagelijks onderhoud en vervanging

o   Oorzaak: Onvoldoende middelen

o   Fysieke omvang: Niet inzichtelijk

o   Financiële omvang: 10-30k

o   Herstelplan: Nee: in het najaar van ‘25 is extra inzet gepleegd op het schoonmaken van de bebording om de bevuiling aan te pakken maar structureel onderhoud ontbreekt.

o   Risico’s: Claims, letselschade.

 Constructies

o   Status: Niet inzichtelijk, de conditiemetingen voor de constructies zijn niet goed inzichtelijk en de resultaten zijn daarmee niet te presenteren. Oorzaak, omvang en risico’s zijn daarmee niet te bepalen.

Groen – gras

o   Status: Voldoet

Groen – bomen

o   Status: Uitgesteld werk t.a.v. dagelijks onderhoud (wortel- en stamopschot)

o   Oorzaak: Onvoorzien in beheer

o   Fysieke omvang: 4% van de metingen van beeldkwaliteit

o   Financiële omvang: n.v.t.

o   Herstelplan: Aansturing op de uitvoering aangescherpt

o   Risico’s: Wateroverlast

Groen – beplanting

o   Status: Voldoet

Riolering

o   Status: Uitgesteld werk t.a.v. dagelijks onderhoud (belemmering inlaat van kolk)

o   Oorzaak: Onvoorzien in beheer

o   Fysieke omvang: 4% van de metingen van beeldkwaliteit

o   Financiële omvang: n.v.t.

o   Herstelplan: Aansturing op de uitvoering aangescherpt

o   Risico’s: Claims, letselschade

Riolering – gemalen

o   Status: Achterstalligheid in het voldoen van de centrale verdeelkasten aan de NEN3140

o   Oorzaak: Onvoorzien in beheer

o   Fysieke omvang: enkele tientallen

o   Financiële omvang: 100-150k

o   Herstelplan: Nee

o   Risico’s: Elektrocutie

Water

o   Status: Uitgesteld werk t.a.v. uitvoering baggerwerk

o   Oorzaak: Juridische procedure bij aanbesteding baggeren

o   Fysieke omvang: n.t.b.

o   Financiële omvang: 500k-1 mln.

o   Herstelplan: Ja

o   Risico’s: Aanschrijving Waterschap, financiële overschrijding bij herstel

Meubilair

o   Status: Voldoet

Installaties – openbare verlichting

o   Status: Achterstalligheid in de vervanging

o   Oorzaak: onvoldoende financiële middelen en capaciteit

o   Fysieke omvang: 226 (2%) masten / 3.769 (32%) armaturen

o   Financiële omvang: 2.2 mln.

o   Herstelplan: Achterstalligheid wegwerken ten koste van reguliere vervanging

o   Risico’s: Elektrocutie, omvallen, niet functioneren

Installaties – verdeelkasten

o   Status: Voldoet

Installaties – Verkeersregelinstallaties

o   Status: Achterstalligheid in de vervanging

o   Oorzaak: Uitstel verkeerskundig onderzoek

o   Fysieke omvang: 2 verkeerregelinstallaties

o   Financiële omvang: 350k

o   Herstelplan: Uitvoering gestart

o   Risico’s: Niet functioneren

Vervolgstappen
Bij negen kapitaalgoederen is sprake van uitgesteld werk, achterstalligheid of onvoldoende inzicht. Bij vier kapitaalgoederen ontbreekt een herstelplan. In het CWP is om die reden als actie opgenomen dat jaarlijks bij de Kadernota de Programmering Openbare Ruimte wordt aangeboden waarin de technische staat van de kapitaalgoederen is uitgewerkt. Deze programmering informeert de gemeenteraad over niveau van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte en biedt de mogelijkheid om te kiezen voor het op niveau brengen hiervan.

Daarnaast wordt er aan de gemeenteraad in Q1 2027 een voorstel aangeboden wat de organisatieomvang (7 fte), exploitatie en investeringen beter in balans brengt. Na positieve besluitvorming kan er toegewerkt worden naar een onderhoudsoptimum. Het tempo van het bereiken van dit optimum is afhankelijk van de middelen die er vanuit de begroting beschikbaar worden gesteld door het bestuur. Er kan een optimum in 3-5 jaar worden bereikt, maar bij een ander tempo kan dit ook meer jaren in beslag nemen. Door meer te investeren in mensen en onderhoud zorgen we ervoor dat het degeneratieproces van de assets vertraagt (extra exploitatiemiddelen worden uitgegeven) en we geleidelijk opschuiven naar minder meerkosten in het onderhoud en de vervangingen (voorzieningen worden uitgenut).

4. Financiën per kapitaalgoed

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 4. Financiën per kapitaalgoed

Het BBV schrijft voor dat de financiële consequenties van het beleidskader moeten worden verwerkt in de begroting. Daarnaast stelt het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) dat de financiële effecten van het door de raad vastgestelde beleid volledig in de begroting moeten zijn opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de volgende onderdelen:

  • Exploitatie, voorzieningen, reserves:
    Deze middelen vormen de basis voor het uitvoeren van onderhoud aan de gemeentelijke kapitaalgoederen en geven inzicht in de kosten per kapitaalgoed. Toevoegingen aan en onttrekkingen uit voorzieningen maken daarnaast inzichtelijk hoe middelen worden ingezet voor onderhoud.
  • Investeringen:
    Investeringen zijn noodzakelijk voor de vervanging van kapitaalgoederen. Hieruit vloeien kapitaallasten voort, die binnen de exploitatie moeten worden opgevangen.
  • Bezuinigingen:
    Bezuinigingen hebben direct invloed op de mogelijkheden om onderhoud uit te voeren en het voldoen aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau en de wettelijke normen.
  • Inflatie: 
    Inflatie zorgt ervoor dat de waarde van geld afneemt en dat de kosten voor toekomstige onderhoudswerkzaamheden toenemen. Om die reden worden doorgaans zowel de onderhoudskosten als de beschikbare budgetten geïndexeerd. Daarbij zijn zowel de gemeentelijke indexering als de marktindex per kapitaalgoed van belang. Wanneer deze indexen van elkaar afwijken, heeft dit direct invloed op de mogelijkheden voor de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden. De gemeentelijke index wordt door de gemeente vastgesteld, doorgaans is deze gebaseerd op cijfers uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau. De meest recente versie betreft het Centraal Economisch Plan 2026. Voorheen werd voor het bepalen van de gemeentelijke index uitgegaan van een gewogen gemiddelde van de index voor de loonvoet (60%), materiële overheidsconsumptie (20%) en bruto overheidsinvesteringen (20%). Voor de index van de markt worden de meest actuele cijfers van de Grond-, Weg- en Waterbouwindex (GWW-index) van het Centraal Bureau voor de Statistiek gehanteerd, april 2025 tot april 2026. Hiervoor worden de volgende GWW codes per kapitaalgoed gehanteerd:
  • Wegen: 4211a Wegen met open verharding en 4211b Wegen met gesloten verharding
  • Constructies: 4213 Bruggen en tunnels en 4291 Waterbouwkundige werken en bouw.
  • Groen: 42/43 Grond-, weg- en waterbouw
  • Riolering: 42/43 Grond-, weg- en waterbouw
  • Water: : 42/43 Grond-, weg- en waterbouw
  • Meubilair: 42/43 Grond-, weg- en waterbouw
  • Installaties: 4321 Elektrische installatie

In onderstaande tabel wordt per kapitaalgoed opgenomen:

  1. Omvang exploitatie
  2. Omvang onttrekking of toevoeging voorziening
  3. Omvang reserve
  4. Omvang bezuiniging
  5. Omvang kapitaallast investering
  6. Aanwezigheid areaaluitbreiding
  7. Dekking areaaluitbreiding
  8. Centraal Economisch Plan index
  9. Gemeentelijke index 2027
  10. GWW-index
Kapitaalgoed Exploitatie Onttrekking / toevoeging voorziening Reserve Bezuiniging Kapitaallast investering Inflatie
CEP-index Gemeente-index GWW-index
Wegen 3,40% 0% 6.7% en 15.5%
Constructies 3,40% 0% 8.8% en 6.5%
Groen 3,40% 0% 10.2%
Riolering 3,40% 0% 10.2%
Water 3,40% 0% 10.2%
Meubilair 3,40% 0% 10.2%
Installaties 3,40% 0% 9.2%

5. Vastgoed

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 5. Vastgoed

Gemeentelijk vastgoed

Gemeente Woerden bezit circa honderdtwintig gebouwen. Deze hebben als doel het huisvesten van verschillende maatschappelijke organisaties en functies zoals brandweer, musea, primair onderwijs, parkeergarages, woonwagenstandplaatsen, kerktorens en sportaccommodaties. De gemeente is mede-eigenaar in acht verschillende VvE’s.  Uitgangspunt voor het onderhoud aan deze voorzieningen is het meerjarig onderhoudsplan (MJOP). Het kwaliteitsniveau voor de gebouwen is gebaseerd op de NEN 2767. Dit MJOP is in 2021 voor de periode 2021-2030 vastgesteld en wordt elke vier jaar geactualiseerd.

In 2027 worden voorbereidingen getroffen om het MJOP te actualiseren. Het beleidsniveau waarop het vastgoed wordt onderhouden is conditiescore 3 op een schaal van 6 wat overeenkomt met een ruime voldoende op schoon, heel en veilig. Voor statisch verworven vastgoed zonder maatschappelijke functie wordt afhankelijk van het tempo van verkoop of herontwikkeling een niveau 4 of 5 aangehouden. Dit is tevens de ondergrens en laagste onderhoudsniveau, het gebouw voldoet aan alle minimale eisen die de wet stelt. Voorbeelden hiervan zijn de woningen aan de Barwoutswaarder en het huidige Stadserf i.v.m. de herstructurering van deze locatie.

Om beter grip te krijgen en meer (beleids)sturing te kunnen geven aan de vastgoedportefeuille is het van belang om beleidsmatig in kaart te brengen wat de gemeente aan vastgoed (nodig) heeft. Wat de huidige prestaties van de gebouwen om meer te sturen op behoefte dan op aanbod. De maatschappij is voortdurend in beweging en het vastgoed zou daarop moeten meebewegen.

Programma Bedrag groot onderhoud Jaarlijkse storting
1. Bestuur, dienstverlening en veiligheid € 211.743 € 84.650
2. Fysiek beheer openbare ruimte en vervoer € 456.709 € 186.666
3. Sociaal domein € 42.248 € 63.288
4. Cultuur, economie en milieu € 33.608 € 71.571
5. Sport en Onderwijs € 856.607 € 555.036
6. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen € 81.093 € 75.339
8. Overhead € 1.411 € 63.674
Eindtotaal: € 1.683.419 € 1.100.224

De jaarlijkse begrotingslast voor uitvoering van het meerjarig onderhoudsplan bedraagt voor 2027 ruim €1.100.000 dit is vergelijkbaar met de jaren hiervoor.