Paragraaf 4 Financiering

2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vormt het wettelijk kader. Het doel van deze wet is het bevorderen van de kredietwaardigheid en van de transparantie van het financieringsbeleid. In de Wet Fido zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde inrichting en uitvoering van de financieringsfunctie van de decentrale overheden. Voorbeelden hiervan zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De gemeente beschikt verder op grond van de Wet Fido over een Treasurystatuut dat op 4 januari 2024 door de raad is vastgesteld.

In de Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën) is opgenomen dat het Rijk en de medeoverheden een gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de begrotingseisen te respecteren. De gelijkwaardige inspanning wordt uitgedrukt in een macronorm voor het EMU-saldo van de medeoverheden gezamenlijk.

Gemeenten, provincies, waterschappen en openbare lichamen ingesteld op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht tot deelname aan schatkistbankieren, wat inhoudt dat zij hun liquide middelen moeten aanhouden bij de schatkist van het Rijk. Verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden is ingesteld om de overheidsschuld terug te dringen. Het rekening-courantsaldo bij de Bank Nederlandse Gemeenten wordt afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van het Rijk.

Het beleid is erop gericht de rentelasten zo veel mogelijk te beperken. Dit wordt gedaan door op het juiste moment leningen aan te trekken of gelden uit te zetten op basis van de treasuryprognose en de actuele renteontwikkeling.

3. Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 3. Ontwikkelingen

Risicobeheer
Onder risico’s wordt begrepen: rente-, krediet-, liquiditeits- en valutarisico’s. Deze spelen in Woerden als volgt een rol:

  • De te beheersen renterisico’s op grond van de Wet Fido uiten zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide instrumenten beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan de korte en lange schuld. Deze worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.
  • Valutarisico’s spelen geen rol. Transacties in vreemde valuta doen zich niet voor en de gemeente neemt alleen deel in het aandelenvermogen van twee (semi-)overheidsgerichte instellingen, namelijk Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens. Dit aandelenbezit is echter niet gebaseerd op winstoogmerk c.q. speculatieve doeleinden. Het risico van deze aandelen vinden wij verwaarloosbaar. De aandelen worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs.
  • De kredietrisico’s zijn zeer gering. De risico’s die voortvloeien uit een mogelijke waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het (niet) tijdig kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij (kredietrisico) worden in het Treasurystatuut geregeld conform de eisen die de Wet Fido stelt.

4. Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4. Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarvoor kortlopende middelen mogen worden aangetrokken op de geldmarkt. Dit maximum bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) met een minimum van € 300.000. De kasgeldlimiet voor 2025 is berekend in onderstaande tabel.
In deze tabel staat ook de informatie over de verwachte kasgeldlimiet in de komende jaren. Bij het structureel overschrijden van de kasgeldlimiet dienen maatregelen genomen te worden zoals het aantrekken van langlopende geldleningen en/of het beperken van het aangaan van de korte schuld.

 

Grondslag (bedragen x € 1.000) Jaarrekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
Begrotingsomvang (totale lasten excl. mutaties reserves) 218.917 203.155 199.058 195.392 194.768
Toegestane kasgeldlimiet
- in procenten 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5
- in bedrag 18.608 17.268 16.920 16.608 16.555

5. Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 5. Renterisiconorm

Het renterisico op de vaste schuld is de mate waarin het saldo van de rentelasten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van een jaar of langer. Om dit risico te beperken, schrijft de wet voor dat herfinanciering jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één jaar te voorkomen. Indien wordt afgeweken van de renterisiconorm kan ontheffing worden verleend. Als bij afwijkingen de toezichthouder wordt geïnformeerd en ontheffing wordt verkregen, handelt de gemeente rechtmatig. Afwijking van de renterisiconorm is niet aan de orde voor de gemeente Woerden.

Onderstaande tabel heeft, conform de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden alleen betrekking op de komende vier jaren. Over het afgelopen begrotingsjaar hoeft geen verantwoording afgelegd te worden.

Werkelijk
(bedragen x € 1.000) 2025
a1. externe rentelasten lange financiering 2.482
a2. externe rentelasten korte financiering 1
a3. rente spaargelden 11
b. rentebaten -384
totaal a+b 2.110
c1. rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -88
c2. rente projectfinanciering door te berekenen taakvelden
totaal c -88
Saldo door te berekenen externe rente (a+b+c) 2.022
d1. rente over reserves
d2. rente over voorzieningen
totaal d 0
e. aan taakvelden door te berekenen externe rente (a+b+c+d) 2.022
f. werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 2.816
Renteresultaat op treasury (e-f) -794
Renteomslagpercentage 1,00%

6. Renteresultaat op treasury

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 6. Renteresultaat op treasury

Het BBV geeft als aanbeveling om in de financieringsparagraaf het renteresultaat op treasury op te nemen. Met onderstaand overzicht wordt gehoor gegeven aan deze aanbeveling.

Grondslag Begroting Begroting Begroting Begroting
(bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029
Begrotingsomvang (excl. mutaties 203.155 199.058 195.392 194.768
reserves)
Toegestane renterisiconorm
- In procenten 20% 20% 20% 20%
- In bedrag, maximum 40.631 39.812 39.078 38.954
- In bedrag, minimum (wettelijk bepaald) 2.500 2.500 2.500 2.500
Renterisico
- Renteherziening 0 0 0 0
- Aflossing 9.446 8.266 7.905 7.938
Renterisiconorm
Toets renterisiconorm
- Toegestane renterisiconorm 40.631 39.812 39.078 38.954
- Begroot renterisico 9.446 8.266 7.905 7.938
Onderschrijding renterisiconorm € 31.185 € 31.546 € 31.173 € 31.016
Overschrijding renterisiconorm 0 0 0 0

7. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 7. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille

Voor de bepaling van de financieringspositie zijn de financieringsbehoefte (geïnvesteerd vermogen in de huidige en nieuwe vaste activa) en de financieringsmiddelen (opgenomen langlopende leningen, reserves en voorzieningen) van belang. Het verloop van de financieringspositie over de jaren 2025 tot en met 2029 is opgenomen in onderstaande tabel.

Financieringspositie per 31-12 Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting
(bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029
Financieringsbehoefte
Investeringen 289.082 320.660 334.680 339.056 342.568
Financiële vaste activa 1.037 928 928 928 928
Grondexploitaties -5.264 -2.989 -958 -4.791 -12.020
Totaal financieringsbehoefte (1) 284.855 318.599 334.650 335.193 331.476
Financieringsmiddelen
Reserves 98.430 92.021 94.320 95.250 96.592
Voorzieningen 16.687 16.016 16.162 17.062 15.990
Opgenomen langlopende leningen 170.000 179.868 193.468 192.181 188.194
Totaal financieringsmiddelen (2) 285.117 287.905 303.950 304.493 300.776
Financieringssaldo (2-1) 262 -30.694 -30.700 -30.700 -30.700

De financieringsbehoefte van de gemeente wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsprognose. Op basis van de verwachte baten en lasten (kasstromen) wordt een schatting gemaakt van het verwachte liquiditeitsverloop. Voor een goede liquiditeitsplanning is vooral inzicht nodig in de financiële planning van grote projecten en investeringen.  In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de portefeuille aan langlopende leningen weergegeven.

Overzicht langlopende leningen Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting
(bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029
Beginstand per 1 januari 180.561 170.000 179.868 193.468 192.180
Nieuwe geldleningen - 19.314 21.866 6.617 3.950
Aflossingen 10.561 9.446 8.266 7.905 7.937
Eindstand per 31 december 170.000 179.868 193.468 192.180 188.193

Het verloop van het saldo van de langlopende geldleningen  van de laatste 10 jaar en de hieraan gekoppelde gemiddelde rentepercentages zijn in onderstaande tabel opgenomen:

Datum saldo langlopende leningen (x € 1.000) gemiddelde rente omslagperc.
1-1-2015 97.159 3,16% 3,75%
1-1-2016 88.418 3,52% 3,75%
1-1-2017 89.656 3,51% 3,75%
1-1-2018 94.872 3,22% 3,22%
1-1-2019 142.832 2,17% 2,20%
1-1-2020 146.826 2,04% 2,00%
1-1-2021 162.653 1,78% 2,00%
1-1-2022 166.594 1,44% 1,50%
1-1-2023 173.020 1,31% 1,50%
1-1-2024 193.840 1,47% 1,50%
1-1-2025 180.561 1,42% 1,00%
1-1-2026 170.000 1,39% 1,00%

De afgesloten leningen van de laatste tien jaar zijn in onderstaande tabel opgenomen:

jaar bedrag rente
(x € 1.000)
2016 10.000 0,75%
2017 15.000 1,47%
2018 10.000 -0,33%
2018 15.000 1,31%
2018 2.119 0%
2018 30.000 1,41%
2019 25.000 0,69%
2020 30.000 0,72%
2021 17.000 0,45%
2022 28.000 1,03%
2022 35.000 2,50%
2023 - -
2024 - -
2025 - -

8. Uitgangspunten

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 8. Uitgangspunten

In de meerjarenbegroting 2025-2028 is rekening gehouden met de volgende rentepercentages:

  • Renteomslagpercentage 1,00 %
  • Rente nieuwe investeringen 3,50 %
  • Rente grondbedrijf 1,00 %

De netto-rentelasten die de gemeente verschuldigd is voor de aangetrokken geldleningen worden via het renteomslagpercentage verdeeld over de programma's. De toerekening vindt plaats op basis van de boekwaarde van de Materiële Vaste Activa. De rente wordt berekend vanaf 1 januari van het boekjaar volgend op de betreffende investering. 

9. Verwachting

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 9. Verwachting

Prognoses over de rente hebben doorgaans een min of meer ‘’glazenbol’’ niveau. Dit gegeven wordt nog versterkt door de vele onzekerheden in de geopolitiek.  De verwachting is dat in de komende jaren de rente eerder zal stijgen dan dalen.