Programma 8. Overhead

Totalen per programma

Terug naar navigatie - Programma 8. Overhead - Totalen per programma
Omschrijving (Bedragen x € 1.000) Taakveld 2026 Voor- of nadeel
Afwijkingen lasten -247 Nadeel
Afwijkingen baten 45 Voordeel
Saldo -202 Nadeel
Omschrijving Taakveld 2026 Voor- of nadeel
Stortingen reserves 0
Onttrekkingen reserves 0
Saldo 0
Specificatie:
(BN = budgettair neutraal)
Omschrijving - mutaties lasten Taakveld 2026 Voor- of nadeel
1 Restauratieve voorzieningen 0.4 -22 Nadeel
2 Personeelsinformatiesysteem 0.4 -80 Nadeel
3 Reiskosten 0.4 -80 Nadeel
4 Privacy en beveiliging 0.4 10 Voordeel
5 Informatiebeheer 0.4 12 Voordeel
6 DVO Ferm Werk 0.4 60 Voordeel
7 RHC Rijnstreek en Lopikerwaard 5.4 -57 Nadeel
8 Zaaksysteem schuldhulpverlening (BN zie progr. 3) 0.4 -23 Nadeel
9 Eigenrisicodragerschap WGA 0.4 110 Voordeel
10 Benchmark 0.4 -59 Nadeel
11 Proces Duurzaam begroten 0.4 -118 Nadeel
Totaal mutaties - lasten -247 Nadeel
Omschrijving - mutaties baten Taakveld 2026 Voor- of nadeel
1 Extra formatie energietransitie 0.4 45 Voordeel
Totaal mutaties - baten 45 Voordeel
Stortingen Reserves Taakveld 2026 Voor- of nadeel
-
Totaal stortingen Reserves 0
Onttrekkingen Reserves Taakveld 2026 Voor- of nadeel
-
Totaal onttrekkingen Reserves 0

Toelichting

Terug naar navigatie - Programma 8. Overhead - Toelichting

Lasten:

  1. Restauratieve voorzieningen

    De kosten voor restauratieve voorzieningen vallen hoger uit dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door een toename van het aantal medewerkers en doordat medewerkers vaker op kantoor werken. Hierdoor is het gebruik van de beschikbare voorzieningen toegenomen.

  2. Personeelsinformatiesysteem  
    Bij de implementatie van het nieuwe personeelsinformatiesysteem AFAS zijn aanvullende werkzaamheden noodzakelijk gebleken die bij het opstellen van de begroting niet waren voorzien. Om de implementatie zorgvuldig af te ronden is aanvullende capaciteit vanuit AFAS ingezet. Daarnaast is in 2026 tijdelijk sprake van dubbele kosten voor de personeelsinformatiesystemen AFAS en ADP. Dit is noodzakelijk voor de overgang naar het nieuwe systeem en het waarborgen van de continuïteit tijdens de implementatie.

  3.  Reiskosten
    De reiskosten in 2026 liggen hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door gestegen reiskosten per kilometer, een toename van het aantal medewerkers en een stijging van het aantal gedeclareerde reizen. De invoering van AFAS heeft daarnaast geleid tot een toegankelijker en eenduidiger declaratieproces, waardoor reiskosten vollediger worden gedeclareerd.

  4.  Privacy en beveiliging
    Het ISMS-contract is per 31 december 2025 beëindigd, omdat de leverancier niet aan de gestelde eisen voldeed. Naar aanleiding van de Cyberbeveiligingswet wordt onderzocht of aanvullende software nodig is. Eventuele aanschaf vindt op zijn vroegst in 2027 plaats. Hierdoor worden de hiervoor beschikbare middelen in 2026 niet volledig besteed.

  5.  Informatiebeheer
    Binnen het gemeentehuis is geen ruimte voor opslag. Er is een contract met de gemeente Lopik om archief daar op te slaan. In 2026 heeft het RHC nog afdoende ruimte in het gemeentehuis zodat Woerden geen opslag hoeft te huren.

  6.  Ferm Werk
    Met Ferm Werk is afgesproken dat in 2026 een nieuwe DVO wordt afgesloten. Uitgangspunt hierbij is kostendekkendheid voor de gemeente Woerden en toepassing van een nieuw tarief met ingang van 1 januari 2026. Dit leidt in 2026 eenmalig tot een financieel voordeel. In 2027 maakt Woerden de kosten die hiermee samenhangen.

  7. RHC Rijnstreek en Lopikerwaard      
    De huur- en DVO-inkomsten van het RHC Rijnstreek en Lopikerwaard zijn aangepast op basis van de geldende inflatiecorrectie. Daarnaast heeft in 2026 een verrekening plaatsgevonden van de meerkosten van het RHC over 2025.

  8. Zaaksysteem schuldhulpverlening (BN)   
    Het budget voor het zaaksysteem voor schuldhulpverlening wordt technisch aangepast.

  9. Eigenrisicodragerschap WGA   
    In het eerste jaar van het eigenrisicodragerschap voor de WGA zijn de werkelijke lasten lager uitgevallen dan begroot. In de begroting is rekening gehouden met mogelijke uitkeringslasten en de daarbij behorende uitvoeringskosten. Deze hebben zich in het eerste jaar nog beperkt voorgedaan, waardoor een financieel voordeel is ontstaan.

  10. Benchmark       
    In 2026 is aan een extern bureauopdracht gegeven  voor het uitvoeren van een benchmark. Met dit onderzoek wordt de formatie van Woerden vergeleken met die van andere, vergelijkbare gemeenten. Deze informatie is nodig om de omvang van het personeelsbestand van Woerden te kunnen duiden: waar zitten we op de benchmark en waar wijken we daar van af? In  het programma "duurzame en realistische begroting 2028" wordt gebruik gemaakt van het resultaat van de benchmark. Aanvullend wordt onderzoek gedaan naar een systematiek voor een mogelijk automatische koppeling van de salarisuitgaven aan ontwikkelingen binnen de gemeente. Het resultaat van dit onderzoek zal voor besluitvorming worden voorgelegd.

  11. Proces Duurzaam begroten        
    In aanloop naar de Kadernota 2028 wordt ingezet op duurzamer en realistischer begroten. Hiervoor wordt een programma ingericht waarin onder meer wordt gekeken naar de ontwikkeling van de grootste uitgavenposten, financieel-technische mogelijkheden, ombuigingen en noodzakelijke aanpassingen van bestaande budgetten. Daarnaast wordt ook gewerkt aan een visie op Woerden 2040 waarin wordt geschetst tot wat voor soort gemeente Woerden zich de komende jaren wil ontwikkelen. De uitvoering van het programma vraagt aanzienlijke ambtelijke capaciteit en op onderdelen specialistische externe ondersteuning, zowel voor de programmasturing als voor het verdiepen van specifieke onderwerpen. Indien hiervoor aanvullende middelen nodig zijn, wordt dit bij de Voorjaarsrapportage 2027 aan de raad voorgelegd.

Baten:

  1. Extra formatie energietransitie      
    De raming wordt aangepast voor de dekking van de extra formatie voor de energietransitie. Bij de Voorjaarsrapportage is gerekend met de reguliere percentages voor personele lasten en dekking. Voor de formatie die wordt ingezet voor de energietransitie geldt echter een percentage van 24%. De raming wordt hierop gecorrigeerd.