Overige uitgangspunten begroting 2027

Bij het opstellen van de Begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030 hanteren wij de volgende uitgangspunten:

Omslagpercentage 
De omslagrente geeft aan welke rentepercentage wordt toegerekend aan de activa. Het percentage wordt berekend op basis van de raming van de netto door de gemeente te betalen rente op leningen en de totale boekwaarde van de vaste activa van de gemeente. Het berekende percentage wordt afgerond met maximaal 0,5%. De omslagrente wordt opgenomen in de paragraaf Financiering.

Renteontwikkelingen 
Er zijn veel factoren van invloed op de ontwikkeling van de rente. Vraag en aanbod op de geldmarkt, het beleid van de centrale banken en geopolitieke ontwikkelingen. Tot en met 2022 was er een periode sprake van historisch lage rente. Oplopende inflatie en de inval in Oekraïne heeft tot medio 2024 geleid tot een stapsgewijze verhoging van de rente. Daling van de inflatie heeft daarna geleid tot een stapsgewijze verlaging van de rente. Sinds medio 2025 wordt de rente in Europa stabiel gehouden. Voor de Begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030 hanteren we voor nieuwe leningen een rentepercentage van 3,5%.

Loonkosten en subsidies 
De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de geldende Cao Gemeenten 2025-2027. Voor de jaren 2028-2030 wordt een stelpost opgenomen op basis van de verwachte compensatie loon- en prijsontwikkeling vanuit de algemene uitkering gemeentefonds. De te verstrekken subsidies worden geïndexeerd met 4,1%.

Overige kosten

De exploitatiebudgetten worden niet geïndexeerd. Voor onontkoombare ontwikkelingen wordt op basis van de verwachte compensatie loon- en prijsontwikkeling vanuit de algemene uitkering gemeentefonds een stelpost opgenomen. Bij de voorjaarsrapportage kan de onontkoombare ontwikkeling ten laste van de stelpost verwerkt worden. 

Gemeentelijke belastingen en heffingen

Met ingang van de Begroting 2025 worden de opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen geïndexeerd op basis van de publicatie van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 van het Centraal Planbureau (CPB), dat op 12 maart 2026 is gepubliceerd. Het betreft een gewogen gemiddelde van loonkosten (60%), materiële kosten (20%) en investeringen (20%).

Loonkosten op basis van de loonvoet sector overheid 4,2%
Overige materiële kosten op basis van de prijs materiële overheidsconsumptie/imoc 2,1%
Investeringen op basis van de prijs bruto overheidsinvesteringen/iboi 2,3%

Gewogen gemiddelde 3,4%.

Hierbij moet wel een correctie gedaan worden op de indexatie van 2026, omdat in het CEP ook een bijstelling van het lopende jaar plaatsvindt. Op basis van het gewogen gemiddelde, zoals ook hierboven weergegeven, is het voorstel om de OZB en heffingen te verhogen met 3,4% en een correctie van 0,7% toe te passen voor de bijstelling van de indexaties voor 2026 volgens het CEP. De OZB en heffingen worden dan dus geïndexeerd met 4,1%. Een uitzondering vormen de parkeertarieven, die meer dan 100% kostendekkend zijn; het voorstel is om in 2027 hierop geen index door te voeren.  

Kerncijfers CEP 2027 2023 2024 2025 Totaal 2023-2025 2026 2026 bijgesteld 2027
Loonvoet sector overheid 5,7 6,4 4,4 16,5 2,0 3,1 4,2
Prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) 4,1 2,9 2,2 9,2 2,1 2,6 2,1
Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi) 4,4 3,0 2,0 9,4 3,0 2,8 2,3
Gemiddeld * 5,1 5,0 3,5 13,6 2,2 2,9 3,4
Indexatie o.b.v. CPI ** 6,4 6,5 2,8 14,7 3,2 3,2 3,3
* 60% Loonvoet, 20% materiële overheidsconsumptie en 20% investeringen, conform indexatie van Algemene Uitkering
** De OZB 2024 is na amendering geïndexeerd met 6,5% i.p.v. 8,0%.