Kaderstelling op de Investeringen en schuldquote

Toelichting kaderstelling op de investeringen en schuldquote

Terug naar navigatie - Toelichting kaderstelling op de investeringen en schuldquote - Toelichting

Financiële verordening
In de Financiële Verordening 2025 is een signaleringswaarde/streefwaarde voor de schuldquote vastgesteld. Voor de schuldquote gelden als basis de volgende signaleringswaarden:
-    Signaleringswaarde 1: 130%
-    Signaleringswaarde 2: 150%

Ontwikkeling schuldquote

In de Jaarstukken 2025 komt de netto schuldquote uit op 76%. Bij de Jaarstukken 2024 was de netto schuldquote nog 90%. De ontwikkeling van de schuldquote geeft enige ruimte in de investeringsplanning.  

 Methodiek “investeringen in balans”
In 2023 hebben de raad en het college een methodiek uitgewerkt om de schuldquote te beheersen. De methodiek gaat uit van een investeringsplafond, dat jaarlijks wordt berekend. Daarnaast mag de schuldquote tot en met 2030 niet boven de 130% uitkomen.

De investeringen worden gesplitst in onvermijdelijke, terugkerende (cyclische) en éénmalige investeringen. Voor het doorschuiven van investeringen is de afspraak dat cyclische investeringen niet worden doorgeschoven, tenzij. En dat éénmalige investeringen maximaal twee keer mogen worden doorgeschoven, mits. 

Cyclische investeringen zijn in ieder geval

  • investeringen in de buitenruimte op basis van een meerjarig investeringsprogramma, waarbij het  door de raad te bepalen onderhoudsniveau leidend is en waarbij rekening wordt gehouden met de totale kosten van het actief gedurende de gehele gebruiksduur;
  • investeringen in onderwijshuisvesting volgens het vastgestelde Integraal Huisvestingsplan (IHP);
  • investeringen in gebruiksmiddelen, zoals laptops, telefoons en het wagenpark.

 Realisme in de kasstroomplanning

Om een realistische inschatting te kunnen maken van de liquiditeitsbehoefte en de ontwikkeling van de schuldquote was het uitgangspunt om voor de goedgekeurde kredieten uit te gaan van uitgaven over twee jaar (50%-50%). Waarbij over de uitgaven in het eerste jaar in het tweede jaar rente toegerekend wordt als vergoeding voor het kapitaalbeslag.

Echter, bij de actualisatie van de investeringsplanning in 2026 blijkt dat de lopende investeringen (doorgeschoven vanuit 2025 en gevoteerd voor 2026) vrijwel het volledige investeringsplafond voor 2027 beslaan. We stellen daarom voor om ten behoeve van de kasstroomplanning de aangevraagde nieuwe investeringen voor 2027 volledig toe te rekenen aan 2028, de nieuwe investeringen voor 2028 toe te rekenen aan 2029, enzovoort en daarmee af te wijken van het bovengenoemde uitgangspunt.

Met ingang van 2025 vragen we de organisatie tenminste driemaal per jaar om een actualisatie van de verwachte uitgaven in de verschillende kalenderjaren. Hierdoor zal het realisme in de kasstroomplanning toenemen.   

 Nieuwe kredieten 2027

Om noodzakelijke werkzaamheden niet te belemmeren zullen we bij de Begroting 2027-2030 de raad vragen om in ieder geval de kredieten voor de cyclische investeringen voor 2027 te voteren. De cyclische kredieten die voor 2026 zijn toegekend worden bij de jaarrekening 2026 afgesloten, ook als ze niet volledig zijn ingezet. Met deze werkwijze voorkomen we stapeling van kredieten.

Investeringsplafond

Terug naar navigatie - Investeringsplafond - Toelichting

De omvang van het investeringsplafond is als volgt berekend:

Berekening investeringsplafond (Bedragen x € 1.000) 2026 2027 e.v.
1 Begrotingssaldo - -
2 + vaste storting in de algemene reserve (geen uitgaven) 0 0
3 + afschrijvingskosten (geen uitgaven) 13.500 14.600
4 + 3% van de totale baten (excl. reserves) - 'inflatiebijstelling' 5.700 6.000
5 + 4,1% van de totale baten (excl. reserves) - toegestane stijging schuldquote 11.800 11.800
Toegestane investeringsplafond 31.000 32.400
Terug naar navigatie - Investeringsplafond - Vervolg

Ad 1
Een positief begrotingssaldo kan ingezet worden voor het doen van investeringen. Vooralsnog is de verwachting dat we de komende jaren geen (ruim) positief begrotingssaldo hebben, en dat we dus uitgaan van een begrotingssaldo van nihil.


Ad 2
De jaarlijkse storting in de Algemene Reserve van € 2 miljoen is wel onderdeel van het begrotingssaldo, maar is geen uitgaande kasstroom. Dit bedrag kan daarom ingezet worden om investeringen te doen. Vanaf 2026 wordt voorgesteld deze storting te schrappen. Daarmee is dit bedrag dus ook niet meer beschikbaar voor de investeringsruimte.


Ad 3
De afschrijvingskosten zijn wel onderdeel van het begrotingssaldo, maar zijn geen uitgaande kasstroom. Dit bedrag kan daarom ingezet worden om investeringen te doen.


Ad 4
Omdat de begrotingsomvang jaarlijks stijgt, met name door inflatie maar ook door toegenomen taken, kan de schuld ook verhoudingsgewijs meestijgen. De schuldquote (netto schuld gedeeld door totale baten) blijft dan stabiel.


Ad 5
Bij de berekening van het schuldenplafond in 2023 is gerekend dat de schuldquote vanaf 1 januari 2023 (107%) jaarlijks met ongeveer 3% mag stijgen, om per ultimo 2030 op 130% uit te komen.

Het investeringsplafond is voor 2026 € 31 miljoen en voor 2027 en verder € 32,4 miljoen. Het investeringsplafond is niet in beton gegoten, maar wordt jaarlijks herijkt. In afzonderlijke jaren kan het investeringsniveau dus hoger liggen, zolang wij maar blijven koersen op een schuldquote die per ultimo 2032 niet hoger mag uitkomen dan 130%.

Investeringsplanning tot en met 2026

Terug naar navigatie - Investeringsplanning tot en met 2026 - Toelichting

Boeggolf

Bij de jaarrekening 2025 is voorgesteld om een bedrag van € 31,5 miljoen aan bruto investeringskredieten die nog niet zijn besteed door te laten lopen naar 2026. Dit zijn bruto kredieten, dus zonder bijdragen van derden (subsidies) of inkomsten uit verkoop.

In de investeringsplanning bij de begroting 2026 € 20,5 miljoen aan kredieten gevoteerd. Daarnaast is voor € 3,7 miljoen aan investeringen gereserveerd, waarvoor nog een separaat raadsvoorstel komt.  

Van de tot en met 2026 gevoteerde investeringen is de verwachting dat er € 22 miljoen wordt uitgegeven in 2026 en € 30 miljoen doorschuift naar 2027 en verder.

Investeringsplanning ten opzichte van investeringsplafond en schuldquote

Terug naar navigatie - Investeringsplanning ten opzichte van investeringsplafond en schuldquote - Toelichting

Voor de jaren 2027 – 2030 wordt in totaal € 80 miljoen aan nieuwe investeringskredieten opgevoerd. Hiervan is € 74 miljoen bestemd voor noodzakelijke, cyclische investeringen en € 6 miljoen voor incidentele investeringen.

Met de werkwijze zoals beschreven onder “realisme in de kasstroomplanning” hierboven geeft dit samengevat het volgende beeld:

 

Bedragen (x € 1,0 miljoen) 2026 2027 2028 2029 2030 2031 Totaal
Boeggolf + Investeringsplanning 2026 22,0 28,2 2,0 52,2
Investeringsplanning 2027 - cyclisch 20,7 20,7
Investeringsplanning 2028 - cyclisch 21,9 21,9
Investeringsplanning 2029 - cyclisch 17,5 17,5
Investeringsplanning 2030 - cyclisch 14,2 14,2
Investeringsplanning 2027 - niet-cyclisch 3,6 3,6
Investeringsplanning 2028 - niet-cyclisch 0,3 0,3
Investeringsplanning 2029 - niet-cyclisch 1,9 1,9
Investeringsplanning 2030 - niet-cyclisch 0,0 0,0
Totaal investeringen 22,0 28,2 26,3 22,2 19,4 14,2 118,1
Investeringsplafond 31,0 32,4 32,4 32,4 32,4 32,4
Over-/ onderschrijding investeringsplafond (+/+ = ruimte, -/- is overschrijding) 9,0 4,2 6,1 10,2 13,0
Cumulatieve over-onderschrijding investeringsplafond 9,0 13,2 19,3 29,5 42,5